Wie zijn de auteursrechthebbenden bij beeld en geluid?
Bij foto’s berust het auteursrecht meestal bij de fotograaf zelf. Veel fotografen zijn aangesloten bij de rechtenorganisatie Stichting Beeldrecht (www.beeldrecht.nl), waar men licenties voor hergebruik van hun foto’s kan afsluiten. Heeft de fotograaf de foto’s in dienstverband gemaakt, dan moet men de toestemming voor hergebruik daarvan regelen bij diens werkgever.
Anders dan bij foto’s is er bij een video- of audio-opname vaak sprake van een hele reeks makers:
- Makers van een muziekopname (componisten en tekstschrijvers) dragen hun exploitatierechten meestal (tegen betaling) over aan een platenmaatschappij of aan een zogenaamde collectieve rechtenorganisatie (Buma/Stemra, www.bumastemra.nl). Daar moet men dan de licentie voor hergebruik van hun werken afsluiten. Uitvoerende kunstenaars zoals popartiesten en musici hebben naburige rechten. Voor hergebruik van hun uitvoeringen kan toestemming geregeld worden bij de SENA (Stichting ter Exploitatie van Naburige rechten, www.sena.nl).
- Voor een (video)film, televisieprogramma of documentaire – waar het aantal meewerkende makers en uitvoerende kunstenaars (zoals acteurs) nog veel groter kan zijn – bepaalt de wet dat zij allemaal geacht worden hun exploitatierechten aan de producent te hebben overgedragen. Voor toestemming voor hergebruik hoeft men meestal dus alleen bij de producent te zijn. Dit geldt tenzij de makers een afwijkende regeling over hun auteursrechten zijn overeengekomen met de producent. Op programma’s die op televisie zijn uitgezonden, rusten overigens óók eigen naburige rechten voor de betreffende omroep. Dan moet men dus niet alleen bij de producent maar ook bij de omroep toestemming voor hergebruik regelen.