Regelen van rechten
6a. Wie moet de auteursrechten regelen, ofwel: wie moet toestemming vragen voor hergebruik van andermans werk?
Degene die een werk wil hergebruiken, moet de toestemming (licentie) regelen met de rechthebbende. Hiervoor is de producent is verantwoordelijk als hij in een video delen van andermans werk(en) wil incorporeren. Wanneer het auteursrecht op de video toekomt aan de werkgever, is waarschijnlijk de (hoofd)regisseur verantwoordelijk voor het afsluiten van de licenties. Let erop dat u soms ook aan anderen dan rechthebbenden toestemming voor hun bijdrage aan de video moet vragen via een medewerkersverklaring, denk aan mensen die prominent in beeld komen, zie vraag 5e t/m 5g.
Wilt u als docent andermans beschermd werk in het onderwijs gebruiken, dan mag u dat doen onder de voorwaarden van de drie uitzonderingen in vraag 1g.
De Academia-licentie maakt het gebruik van televisie- en radioprogramma’s in het kader van het onderwijs mogelijk voor zowel docenten als studenten.
6b. Met wie moet ik afspraken maken over auteursrecht?
De toestemming voor hergebruik/licentie moet u regelen met de rechthebbende van (het deel van) het werk dat u wilt gebruiken; film, muziek, foto, kunstwerk, geluidsopname e.d. De auteursrechthebbende kan de maker zelf zijn of diens werkgever, maar het kan ook een ander zijn als die het auteursrecht op het bewuste werk schriftelijk overgedragen heeft gekregen. Ook uitvoerende kunstenaars, omroepen en filmproducenten hebben eigen rechten op respectievelijk hun uitvoeringen, uitgezonden programma’s en films, namelijk de naburige rechten. Ook aan hen moet dus toestemming voor hergebruik van hun prestaties worden gevraagd. Voor (video)films waaraan veel mensen hebben meegewerkt, kunt u meestal volstaan met het vragen van toestemming aan de producent.
Veel groepen rechthebbenden hebben zich verenigd in collectieve rechtenorganisaties, waar u licenties voor het gebruik van meerdere werken tegelijk kunt afsluiten. Voor onderwijsinstellingen kennen zij lagere standaardtarieven, zie ook vraag 6d.
Om televisie- en radioprogramma’s van de publieke omroep in het onderwijs te kunnen gebruiken, kunnen onderwijsinstellingen de Academia-licentie afsluiten.
6c. Wat moet ik regelen?
Een belangrijk aandachtspunt bij het regelen van auteursrechtoverdracht, licenties en ook andere soorten toestemming (zoals de medewerkersverklaring, zie vraag 5e t/m g), is het goed formuleren van het beoogde gebruik. Als u het plan heeft om de video (of de ruwe opnamen) later opnieuw te gebruiken, is het slim om dit ook vast in de overeenkomst op te nemen. Bij licentieverlening door de rechthebbende is het in het belang van de gebruiker (maar niet van de rechthebbende) om de toegestane gebruiksvormen zo ruim mogelijk te formuleren. Bij overdracht van het auteursrecht kan de gebruiker zich door de rechthebbende schriftelijk ‘het auteursrecht in de ruimst mogelijke zin’ laten overdragen. Voor overdracht is schriftelijke ondertekening door de rechthebbende nodig.
6d. Wat houdt de Academia-licentie in?
De Academia-licentie geeft medewerkers en studenten van de aangesloten hoger onderwijs-instellingen het recht om materiaal van de Nederlandse omroepen dat door het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG) wordt gearchiveerd, te gebruiken in het kader van het onderwijs. Naast ouder materiaal wordt ook actueel uitgezonden materiaal door het NIBG gearchiveerd. Een onderwijsinstelling kan de Academia-licentie afsluiten tegen een jaartarief dat gerelateerd is aan haar aantal studenten en docenten.
6e. Wat zijn collectieve rechtenorganisaties?
Collectieve rechtenorganisaties beheren de exploitatierechten van bepaalde groepen rechthebbenden. Tegen standaardtarieven geven zij licenties voor het hergebruik van werken. Deze tarieven zijn voor niet-commerciële, educatieve instellingen lager dan voor commerciële partijen. De bekendste en één van de oudste rechtenorganisatie is Buma/Stemra, die de auteursrechten van componisten en tekstschrijvers beheert (www.bumastemra.nl). Bekend is ook de Stichting Beeldrecht voor kunstenaars, fotografen en architecten (www.beeldrecht.nl). Bij deze rechtenorganisaties kan men tegen betaling snel toestemming krijgen voor het gebruik van meerdere werken van diverse makers.
6f. Ben ik verplicht afspraken te maken met collectieve rechtenorganisaties?
Het afsluiten van licenties met collectieve rechtenorganisaties is soms de enige manier om legaal gebruik te kunnen maken van beschermde werken, omdat deze organisaties de bij hen aangesloten makers meestal exclusief vertegenwoordigen. Het voordeel is dat zij snel en efficiënt werken. Sommige rechtenorganisaties controleren actief of werken van bij hen aangesloten makers zonder toestemming worden hergebruikt. Bij ontdekking sturen zij een rekening waarin ze alsnog een licentievergoeding voor de auteursrechtinbreuk claimen.
6g. Wat moet ik doen als ik de rechthebbende niet kan vinden?
Wanneer een serieuze zoektocht naar de rechthebbende geen resultaat oplevert, mag diens werk strikt juridisch bekeken niet worden gebruikt. Gelukkig is voor gebruik in het onderwijs soms een beroep mogelijk op de uitzonderingen in vraag 1g. Is er geen uitzondering van toepassing, dan wordt een werk van een onvindbare rechthebbende (verweesd werk) in de praktijk toch vaak gebruikt. Er wordt dan een disclaimer op het product of de website gezet waarin het verweesde werk is opgenomen. Daarin staat dat de instelling haar best heeft gedaan de rechthebbenden van de gebruikte werken op te sporen, maar dat dat niet in alle gevallen is gelukt. Vervolgens wordt het adres genoemd waar rechthebbenden zich alsnog kunnen melden.
De stelregel is dan dat als een rechthebbende zich meldt, er alsnog een licentievergoeding wordt betaald. U kunt dit echter niet altijd als standaardprocedure hanteren; voor elk te gebruiken werk moet u een inschatting maken van de (financiële) risico’s en u moet wel bedenken dat u het risico loopt achteraf niet tot overeenstemming te komen met de rechthebbende. Zie ook 5i. Werken waarvan de rechthebbende onbekend dan wel onvindbaar is, worden verweesde werken (orphan works) genoemd.
6h. Ben ik verantwoordelijk voor het regelen van de rechten op beeldmateriaal dat een ander mij aanbiedt?
Als u door een ander aangeboden beeldmateriaal wilt hergebruiken, dient u zich ervan te vergewissen dat de aanbieder alle rechten op het werk bezit. Wilt u dit werk in uw eigen productie verwerken en zijn de financiële belangen daarbij groot, dan is het verstandig de aanbieder van het werk een zogenaamde ‘vrijwaringsverklaring’ te vragen. Hij verklaart daarin dat hij de rechten op het materiaal bezit, dan wel dat hij u vrijwaart tegen alle aanspraken die anderen eventueel op het materiaal zouden kunnen laten gelden.
6i. Wat is CreativeCommons?
CreativeCommons (CC) is een organisatie die een aantal auteursrechtlicenties heeft ontwikkeld, waarmee een maker anderen vooraf en zonder te betalen toestemming kan geven om zijn werk te hergebruiken, zowel kopiëren als openbaar maken. Er zijn vier varianten:
|
er moet naamsvermelding plaatsvinden |
 |
alleen niet-commercieel hergebruik wordt toegestaan |
 |
bewerkingen maken mag |
 |
een bewerking moet onder dezelfde CC-licentie worden uitgebracht als het
originele werk (share alike). Deze licentie bevordert de toename van het gebruik
van CC-licenties. |
Deze licenties kunnen ook onderling worden gecombineerd. Zie www.creativecommons.nl.
Bent u zelf rechthebbende op een werk dat u op internet wilt zetten, dan kunt u dus besluiten om er een CC-licentie aan te verbinden, bijvoorbeeld de licentie die alleen niet-commercieel gebruik toestaat. Anderen kunnen uw werk dan ook voor onderwijsdoelen vrij hergebruiken. Het gebruik van de CC-licentie voor eigen materiaal wordt dan ook van harte aanbevolen, mits u wel over alle rechten daarop beschikt.
6j. Waar kan ik op internet werk vinden dat vrij te gebruiken is voor het onderwijs?
Dit soort werken zijn bijvoorbeeld te vinden via http://search.creativecommons.org. Foto’s met CC-licenties zijn ook te vinden op: http://www.flickr.com. En zie verder ook: http://commons.wikimedia.org.
N.B. Check steeds goed per individueel werk welke licentie eraan is verbonden. Bijna altijd wordt naamsvermelding geëist.
Ook sommige repositories maken vrij hergebruik voor het onderwijs mogelijk. Overigens wordt niet altijd duidelijk vermeld wat men met de inhoud van een repository mag doen.