- Home
- Actueel
- Internationale wetenschap ziet noodzaak van kwaliteitsindicatoren voor nieuwe (open access-)tijdschriften
Internationale wetenschap ziet noodzaak van kwaliteitsindicatoren voor nieuwe (open access-)tijdschriften
25-10-2012
Een internationale groep topdeskundigen is bereid een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van een nieuwe tool voor het beoordelen van de kwaliteit van nieuwe (openaccess-)tijdschriften.
Mogelijke kwaliteitsindicatoren bieden goede basis voor discussie
Onderzoekfinanciers, hoofdredacteuren van prestigieuze wetenschappelijke tijdschriften en uitgevers bespraken de resultaten van studies naar twee mogelijke kwaliteitsindicatoren voor jonge (open access-)tijdschriften tijdens een tweedaags colloquium in Rotterdam. Hoewel deze kwaliteitsindicatoren nog niet gereed zijn voor gebruik, boden ze een goede basis voor de discussie over de vraag hoe meer inzicht kan worden geboden in de kwaliteit van nieuwe tijdschriften.
Gebrek aan betrouwbare indicatoren
Uit diverse onderzoeken blijkt dat de meeste wetenschappers en academici voorstander zijn van vrij toegankelijke wetenschappelijke publicaties via open access. Toch publiceren de meeste onderzoekers hun werk niet in een open access-tijdschrift. Het gaat in veel gevallen om relatief nieuwe tijdschriften, waarvan het – in de beleving van academici – niet duidelijk is in hoeverre zij een stempel op de wetenschap drukken. Dat maakt het voor onderzoekers moeilijk om te bepalen welke van de nieuwe open access-tijdschriften van voldoende hoge kwaliteit is om in te publiceren.
Er is dan ook dringend behoefte aan valide, betrouwbare criteria om de kwaliteit te beoordelen van open access-tijdschriften op het gebied van de natuur-, sociale en geesteswetenschappen. Ook het Europese SOAP-project noemt het gebrek aan betrouwbare kwaliteitsindicatoren als een van de grootste drempels voor het willen publiceren in een open access-tijdschrift.
Nieuwe indicatoren
Het doel van de initiatiefnemers – SURF en
Amsterdam University Press, met steun van de
Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de
Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) – was te inventariseren welke mogelijke tools er zijn om beter inzicht te krijgen in de kwaliteit van wetenschappelijke tijdschriften.
CWTS richtte zich op een indicator voor de tijdschriftredacties.
Jelte Wicherts, verbonden aan de Universiteit Tilburg, ontwikkelde een tool voor het meten van de kwaliteit van het peer review-proces.
Franciska de Jong, lid van het algemene bestuur van NWO, de grootste financier van wetenschappelijk onderzoek in Nederland: “Het opzetten van een nieuw tijdschrift gaat per definitie gepaard met onzekerheid. Vandaar dat wij de initiatiefnemers van een nieuw tijdschrift moeten helpen bij het vertalen van hun prestige als academici naar het vertrouwen van auteurs.”
Transparantie van het peer review-proces
De deelnemers waren het eens over de noodzaak van nieuwe tools voor het meten van kwaliteit. De transparantie van het peer review-proces wordt belangrijk geacht. Het is wenselijk om een set van criteria te hebben waar een journal aan zou moeten voldoen om voldoende inzicht te bieden in de manier waarop het peer review wordt georganiseerd. En deze informatie moet goed toegankelijk zijn voor auteurs. Veel journals hebben deze informatie wel op hun website, maar verstopt in grote hoeveelheden tekst.
Transparantie is nodig om snel informatie te kunnen vinden over het doel en de doelgroep van een tijdschrift, wat de beoordelingscriteria van de reviewers zijn en wie eindverantwoordelijk is voor de uiteindelijke beslissing om een publicatie wel of niet op te nemen in het tijdschrift. Uit de hands-on sessie tijdens het colloquium bleek dat er nog veel tijdschriften zijn die dit soort informatie niet bieden of niet makkelijk vindbaar op hun website hebben.
Editorial board
CWTS heeft onderzocht of de editorial board een maat kan zijn om de kwaliteit van een tijdschrift mee te meten. Het onderzoek toonde een correlatie aan tussen de impact van de leden van een editorial board en de impact van het tijdschrift. Tegelijkertijd is er een grote variatie in rollen en functies van een wetenschappelijke redactie. Daarmee is er geen overduidelijke relatie tussen het meetinstrument voor de impact van de editorial board en de kwaliteit van het tijdschrift. De experts benadrukten dat editorial boards misschien meer zeggen over het prestige van een tijdschrift dan over de kwaliteit.
Vervolg
CWTS en Jelte Wicherts zullen hun studie publiceren en daarbij het commentaar en de feedback van de deskundigen op het colloquium meenemen. Het organisatiecomité zal intussen bijeenkomen om te bepaIen hoe een en ander wordt opgevolgd. De deelnemers hebben in ieder geval aangegeven dat zij bereid zijn om de discussie en ontwikkelingen voort te zetten.
Europese steun
Neelie Kroes, Europees commissaris voor de Europese Digitale Agenda, steunt het initiatief voor de ontwikkeling van nieuwe kwaliteitsindicatoren van harte. In een
speciale video-toespraak richtte ze het woord tot de internationale aanwezigen op het Colloquium on Quality of Young (Open Access) Journals in Rotterdam.
De EU stelt dat open access het algemene uitgangspunt dient te zijn voor alle publicaties die in het kader van het nieuwste
Europese onderzoeksprogramma Horizon 2020 tot stand komen – een regeling waarmee 80 miljard euro is gemoeid. Commissaris Kroes vindt dat meer dan dat “Brussel" regels en voorschriften moet geven, de academische gemeenschap zelf moet bedenken hoe zij open access kan stimuleren, of zij dat nu via de peer review, de samenstelling van een redactie of via bibliometrische indicatoren wil doen. “Uiteindelijk,” aldus Kroes,” willen we prestigieuze open access-tijdschriften die de beste onderzoekers en wetenschappers aantrekken, zodat jonge open access-tijdschriften kunnen uitgroeien tot gevestigde, gerespecteerde publicaties. Maar hoe bouwen we dit vertrouwen op en stimuleren we het gebruik van deze journals? Het is aan de wetenschappers zelf om te bepalen wat het beste werkt.”