Best practice: EUR brengt co-locatie onder bij TU Delft

De universiteiten van Leiden, Delft en Rotterdam werken in LDE-verband op meerdere terreinen met elkaar samen, ook op het gebied van ICT.  Zo maken Delft en Leiden gebruik van elkaars datacenter voor back-ups op een geografisch gescheiden locatie.  

Martijn Timmer en Jos London aan de telefoon

In gesprek met Martijn Timmer, manager IT  Operations bij TU Delft, en Jos London, beleidsadviseur ICT bij EUR. 

De eerste stap

Door renovatie van een pand zag de EUR een bestaande datacenter-locatie verdwijnen. London: “Op zo’n moment stel je jezelf de vraag: zullen we zelf een nieuw datacenter bouwen of plaatsen we het buiten de deur? En als we kiezen voor dat laatste: gaan we dan in zee met een marktpartij of zoeken we een collega­-universiteit die ruimte over heeft in hun datacenter?”

De eerste vraag kon vrij eenvoudig worden beantwoord. Op weg naar de cloud is het niet slim om nu zelf investeringen te plegen die je in pakweg 20 jaar afschrijft. De tweede was een stuk lastiger. “We besloten in ieder geval een marktverkenning te doen, waarop diverse partijen reageerden. Ondanks scherpe aanbiedingen uit de markt bleek de TU Delft qua prijs-­kwaliteit de beste optie te zijn.”

Van elkaar leren

Daar heeft Timmer wel een verklaring voor: “Wij rekenen onze variabele kosten door en zetten daar geen winstmarge  bovenop. Veel belangrijker dan financiële winst is namelijk het feit dat zowel de TU Delft als EUR van dit soort samenwerkingen kan en moet leren. Door onze kennis te bundelen kwamen we tot een optimale inrichting van het  datacenter voor EUR, en werden we ook gedwongen om nogmaals
 kritisch naar onze eigen inrichting te kijken.”

De grootste plus is de bredere samenwerking op ICT­gebied. Niet alleen Timmer en London praten nu regelmatig met elkaar, ook de architecten en beheerders kijken in elkaars
 keuken. De samenwerking heeft een structureel karakter en ook het IT­management van beide instellingen zit een paar keer per jaar rond de tafel. Voor de uithuizing hebben de twee organisaties hun samenwerking professioneel vormgegeven, met een helder afgebakende projectscope en duidelijke requirements en SLA’s. “Wij moeten immers wel een bepaalde kwaliteit van dienstverlening aan onze gebruikers kunnen garanderen”, zegt London.

“Maar ook landelijk zou meer mogelijk moeten zijn op dit gebied dan nu gebeurt, met als les: hoe concreter de behoefte, des te groter de slagingskans.”

Wiel uitgevonden

EUR heeft SURFnet gevraagd het datacenter in Delft te ontsluiten. Al had dat nog wel wat voeten in aarde. “We willen uiteraard een redundante verbinding, maar door de topologie van het SURFnet­netwerk waren de afstanden van beide verbindingen dermate afwijkend dat de latency van de standaard SURFnet­verbindingen niet binnen de gestelde bandbreedte bleef. Daar heeft SURFnet een wiel voor moeten uitvinden.” Een wiel dat mogelijk ook gebruikt kan worden door andere universiteiten en hogescholen, denkt London. “Ik denk dat dit soort concrete samenwerkingsvormen nog te weinig worden onderzocht. Er is niets op tegen om  goede ideeën van elkaar te kopiëren. In LDE­verband zien we duidelijk mogelijkheden tot verdere samenwerking, ook omdat we geografisch vrij dicht bij elkaar liggen. Maar ook landelijk zou meer mogelijk moeten zijn op dit gebied dan nu gebeurt, met als les: hoe concreter de behoefte, des te groter de  slagingskans.”

Meer informatie

Meer over SURFlichtpaden  
Contact Via je accountmanager of via SURFnet Klantsupport: klantsupport@surfnet.nl of  +31­ 88 787 30 00.
 Jos London en Martijn Timmer delen graag hun ervaringen. Contact via jos.london@eur.nl  of m.w.timmer@tudelft.nl