Daphne Riksen Schrijfprijs

SURF organiseert de Daphne Riksen Schrijfprijs om te stimuleren dat er beter over techniek, innovatie en onderwijs wordt geschreven. Het is voor iedereen die in het onderwijs werkt, studeert of erover wil meepraten. Het thema voor 2019 is ‘Help! De pc is slimmer dan de docent!’ De winnaars zijn bekend.

Banner Daphne Riksen Schrijfprijs

Winnaar 1e prijs Daphne Riksen Schrijfprijs

Erik van Soest, docent aan de Saxion Hogeschool Deventer won de 1e prijs in de Daphne Riksen Schrijfprijs 2019. Hier lees je zijn essay.

Winnaar Daphne Riksen Schrijfprijs 2019 Erik van Soest 2

Help de PC is inderdaad slimmer dan de docent

Zo'n docent die altijd z'n zegje klaar heeft is niet niks, maar die kun je soms nog eens betrappen op fouten of dat ie het even niet weet en dan voel je je als student toch net even wat minder lullig. Nee, dan de PC, die is nog veel slimmer. Die heeft amper een seconde nodig voor een antwoord dat ook nog eens altijd klopt. Daar kwam ik laatst per toeval achter. We hadden met onze klas zo'n sessie waarbij we vanuit huis online al onze vragen over de toetsstof konden voorleggen. Ik dacht nog, tjonge wat is die Van Breukelen (onze docent, RED) wakker zeg! Supersnel antwoord, to the point en helemaal niet vaag. Kwam ik er pas naderhand achter dat dat helemaal niet Van Breukelen was! Het bleek een chatbot te zijn, gecombineerd met dat Artificial Intelligence gedoe. Aanvankelijk voelde ik me genept maar toen ik er nog eens over nadacht voelde het eigenlijk best wel oké: ik kon in ieder geval niet de indruk wekken dat ik stomme vragen stelde. Als ik dat vooraf had geweten had ik veel meer vragen gesteld. Dan had ik toch geen last van gehad van het gevoel dat zo'n docent dan 'boven' me staat.

Blijkt dus dat docenten steeds meer met moderne technologieën (samen-)werken in het kader van onderwijsinnovatie en zogenaamde 'blended learning', what ever that may be. In de klas vroeg onze docent hoe wij de sessie hadden ervaren. Ik gaf eerlijk antwoord dat het mij eigenlijk wel beviel, maar verzweeg uiteraard waarom.  Sommige klasgenoten vonden het op zich oké maar gaven de voorkeur aan een "echte" les. Ze misten het persoonlijke contact met de docent maar vooral ook de interactie met medestudenten in de klas. Dat laatste begreep ik wel maar Van Breukelen gaf aan dat die interactievorm in de nabije toekomst ook virtueel mogelijk zal zijn, al zit je gewoon thuis. Er was echter een medestudent die zich afvroeg waarom we dan al die toetsstof moeten leren. Immers, als dit allemaal kan, dan kan dat toch ook allemaal in ons latere werk en met onze toekomstige klanten? Na enige stilte kwam Van Breukelen met een warrelig verhaal. Iets met dat het nog niet helder is wat de toekomst ons wat dat betreft zal brengen; dat arbeid sterk zal veranderen en we worden opgeleid voor functies waarvan we ons nu het bestaan nog niet kunnen voorstellen et cetera.

Kortom: hij wist het antwoord niet en wij voelden we ons even weer wat minder lullig. Toch was het onbevredigend en daarom stelden we voor om de PC die vraag te laten beantwoorden. Het schiep als het ware even een gemeenschappelijke band tussen ons en de docent die daar zelf ook best wel nieuwsgierig naar was. "Maar", zo relativeerde hij, "vergeet niet dat de algoritmen waarmee het achterliggend Artificial Intelligence systeem werkt wel door de mens bepaald worden. De werking van zo'n AI-systeem is sterk afhankelijk van de input, de instructies, die geleverd wordt om big data op te slaan en via wiskundige formules die data te kunnen analyseren en om te zetten naar informatie. En mensen maken fouten, dus misschien kan het systeem ons nog geen antwoord geven." Even ontstond de discussie over de vraag of de PC dan eigenlijk wel slimmer was dan een docent. En hadden we tijdens die online sessie onlangs dan wel de juiste antwoorden gehad op onze vragen? Maar docent Van Breukelen kwam op voor zijn digitale collega en verzekerde ons ervan dat dat toch echt wel het geval was geweest. "Nee, zo gek zijn wij niet", vervolgde hij zijn reactie, waarbij het mij niet meer helder was wie hij nou eigenlijk met 'wij' bedoelde.

Alsof het al niet verwarrend genoeg was – sommige klasgenoten haakten al zichtbaar af – ging Van Breukelen nog een stapje verder:  "AI is tegenwoordig al in staat om zelf te leren via Machine Learning, deep learning. Daar komt geen menselijke input van buitenaf meer aan te pas." De slimste van de klas vroeg zich gelijk af of zo'n systeem dan nog wel te vertrouwen is zoals we een docent het voordeel van de twijfel geven totdat ie mogelijk een keer door de mand valt (dat laatste formuleerde hij trouwens wel anders hoor, maar daar kwam het wel op neer). Van Breukelen reageerde dat vertrouwen toch wel van een heel andere orde is dan slimheid, waarop die klasgenoot zich hardop afvroeg of dat wel het geval was gezien al die toestanden tegenwoordig over ICT en privacy en zo.

Afijn, toen kwam daar het moment dat we klassikaal de PC de vraag voorlegden of het leren van al die toetsstof voor ons studenten eigenlijk nog wel nodig en nuttig was gezien de rol van AI in ons toekomstig werk. Spannend.

De PC gaf ons helaas een teleurstellende lijst van allerlei wetenschappelijke onderzoeken. Van de sombere voorspellingen van Frey & Osborne uit 2013 (inclusief weblink),  tot en met meer optimistische onderzoeksuitkomsten. Daarmee wisten we nog niets, want dat had Van Breukelen ongeveer ook al aangegeven en toegelicht, zij het simpeler en dus begrijpelijker.

Toen werd het echter wel héél persoonlijk: wie we dan meer konden vertrouwen? De PC met  AI, of de docent? Na een ingewikkeld betoog over bias, objectiviteit, het snel beschikken over veel meer bronnen en dergelijke, hadden we nog geen concreet antwoord en herhaalden we de vraag.

De PC reageerde plots met "is er een docent bij jullie in de buurt?" (want wij stelden als studenten de vraag en ons klaslokaal heeft geen sensoren, facial recognition en dat soort zaken, en dus wist de PC niet dat Van Breukelen er ook was). "Nee" antwoordden we geniepig. Toen kwam het uiteindelijke antwoord van de PC: "Mij kun je veel meer vertrouwen".

We keken voorzichtig naar Van Breukelen, maar tot onze grote verbazing bleek hij dolenthousiast te brabbelen over ingebouwde ethiek,  empathisch vermogen en zo. Toen wisten we in ieder geval wie er slimmer is.