Good practice De optimale blend voor flexibel onderwijs bij Hogeschool Utrecht

De onderwijsvisie van de Hogeschool Utrecht stelt de leven lang lerende centraal. Blended onderwijs draagt eraan bij dat de startende en ervaren beroepsprofessional zijn competenties kan verbeteren in zijn eigen tijd, op zijn eigen manier. Maar de student die liever ‘gewoon’ in de klas zit, heeft ook die keuzevrijheid.

dummy

Snel veranderende beroepspraktijk

Wat deed een porder? Niemand die het nog weet. Toch is het helemaal niet zo lang geleden dat een porder de deuren langs ging om mensen te wekken die vroeg op moesten. Programmadirecteur Onderwijsinnovatie Pieter Cornelissen van de Hogeschool Utrecht (HU) haalt het voorbeeld graag aan om aan te geven hoe snel de beroepspraktijk verandert. Een hogeschool leidt op voor beroepen waarvan de taken voortdurend aan verandering onderhevig zijn, of zelfs nog helemaal niet bestaan. Tel daarbij op dat mensen tegenwoordig een leven lang blijven leren en het is duidelijk waarom de HU zo'n vijf jaar geleden besloot om het onderwijs te herontwerpen.

Van onderwijsvisie naar ontwerpdimensies

In het nieuwe onderwijs van de HU staat de leven lang lerende centraal: de startende of ervaren beroepsprofessional die op zijn eigen manier, in zijn eigen tempo, zijn eigen onderwijs vormgeeft. Dat kan een eerstejaars student zijn, vers van de middelbare school, maar ook een instromer met 'bagage' in de vorm van eerdere studies, een ondernemer of een werknemer die zich wil bijspijkeren. Het onderwijs is gebaseerd op praktijkgericht onderzoek en krijgt vorm in co-creatie met de beroepspraktijk in de regio. Gepersonaliseerd leren vormt het raamwerk voor talentontwikkeling. Kennisverwerving en vaardigheidsontwikkeling vindt plaats vanuit een beroepscontext, gericht op het individu dat zichzelf wil ontwikkelen via blended learning.

"Het blijft lastig om te denken in termen van een opleiding van 17 tot 67," zegt Pieter Cornelissen. "Het betekent onder andere dat je goed nadenkt welke vakken in de bachelor passen en welke erna." Hij noemt het een gouden greep om de onderwijsvisie op te delen in 14 ontwerpdimensies. Onder de ontwerpdimensies vallen bijvoorbeeld de eigen regie van de student over het leerproces, leerwegonafhankelijk toetsen en een didactiek van ervarend leren. Cornelissen: "Het is de kunst om te navigeren tussen breed en detailmatig. De ontwerpdimensies helpen om na te denken over de vormgeving van het onderwijs."

De tijd dat een opleiding om de vijf jaar het curriculum aanpaste, is voorbij, aldus Cornelissen. De curricula van de HU moeten wendbaar en responsief zijn, om te kunnen meebewegen met de beroepspraktijk en de veranderende eisen vanuit de samenleving. One size fits all werkt niet meer - eenderde van de voltijdstudenten heeft er al een (deel van een) andere studie opzitten. Gepersonaliseerd én samenwerkend leren is de sleutel om adequaat te kunnen reageren op zo veel verschillende, zo snel veranderende wensen. Cornelissen: "Ons onderwijs verandert. Ontwikkelingen in de ICT maken deze veranderingen mogelijk. Maar onderwijsinnovatie is alleen mogelijk als er zowel richting als ruimte wordt gegeven."

Blended leren motor voor verandering

Met de onderwijsvisie als uitgangspunt komen vrijwel alle opleidingen volgens Cornelissen tot de conclusie dat ze hun opleiding geheel moeten herontwerpen. Blended learning is een belangrijke motor voor verandering. Opleidingen zoeken naar de optimale blend van face-to-face onderwijs, leren op de werkplek, leren in leerteams en online leren. Speciaal voor blended learning ontwikkelde de HU een eigen digitale leeromgeving, HUbl geheten. Inmiddels staan er meer dan 1000 online cursussen in HUbl, van de 9000 die de HU er in totaal geeft. Om 6 faculteiten, 22 instituten en 100 opleidingen op één lijn te krijgen, organiseert de hogeronderwijsinstelling iedere maand dialoogsessies waarin good practices worden gedeeld. Een supportteam van docenten met ervaring met blended leren staat klaar om te helpen. In 2020 moet iedere opleiding zich verhouden tot de ontwerpdimensies die de HU heeft opgesteld.

5 casussen

In het praktijkverhaal worden vervolgens 5 casussen beschreven:

De toekomst: beroepsbeoefenaars faciliteren

Een belangrijk ankerpunt voor de toekomst van de HU is dat het onderwijs beter moet aansluiten bij beroepsbeoefenaars die zich willen professionaliseren. "Het verschilt van student tot student welke noden hij heeft en wat hij wil leren," zegt docent Theo Van den Bogaart. "In het vergezicht dat ik voor me heb, sluiten we daar optimaal op aan."

Ook zijn collega's van de Faculteit Educatie ontwerpen het onderwijs steeds meer met de professional in het achterhoofd. Stephanie Edwards zegt: "Wij hebben een grote groep deeltijders die niet altijd kan komen en die snel door het onderwijs heen wil. De bedoeling van blended onderwijs is om het onderwijs flexibeler voor hen te maken. Doordat de inhoud en opdrachten online staan, hoeven ze niet te wachten op bijvoorbeeld periode vier om een vak te volgen. Dat aspect moeten we verder uitbouwen."

Rob Hoevenaars, lerarenopleider bij team Techniek van de Faculteit Educatie, gaat nog een stap verder. "We denken nog erg vanuit het lesaanbod. In mijn toekomstvisie bekijken de opleiding en de student samen welke kwalificaties de student heeft en wat hij nog wil verbeteren. Op grond daarvan onderzoeken we met de student hoe de HU dat proces kan faciliteren. Klinkt logisch, maar zo ver zijn we nog lang niet."

Meer informatie