Het post-coronatijdperk vraagt om een langetermijnvisie op publieke waarden

Onderwijsinstellingen zien zich geconfronteerd met een dilemma: hoe borgen ze publieke waarden bij de massale inzet van commerciële platforms voor online onderwijs? Karen Maex (UvA), José van Dijck (UU) en Christien Bok (SURF) buigen zich over mogelijke oplossingen.

Christien Bok achter laptop

Door de digitalisering worden onderwijsinstellingen in toenemende mate afhankelijk van enkele externe, commerciële platforms. Daarmee komen de publieke waarden in het geding waarop het Nederlandse hoger onderwijs is gestoeld, zoals vrijheid, autonomie en gelijkheid. In een open brief in de Volkskrant in december 2019 schrijven de rectores magnifici van de Nederlandse universiteiten dat ze niet afhankelijk willen zijn van bedrijven waarvan het verdienmodel stoelt op het toe-eigenen van data van studenten, docenten en onderzoekers. Ze stellen dat het tijd is om gezamenlijk een grens te trekken.

‘Het probleem ligt door de coronacrisis prominent op tafel’
Karen Maex, Universiteit van Amsterdam

In het voorjaar van 2020 ziet de wereld er heel anders uit. Niet omdat die grens ondertussen is getrokken, maar door een pandemie. Sinds 12 maart zijn de activiteiten van de instellingen drastisch aangepast. Online onderwijs is de norm. In allerijl worden beslissingen genomen over het gebruik van online diensten die dit mogelijk maken. Ook voor dit artikel spreken Karen Maex, rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam, José van Dijck, universiteitshoogleraar media en digitale samenleving bij de Universiteit Utrecht en Christien Bok, programmamanager Onderwijs en ICT bij SURF, elkaar via een videoverbinding. Welke van de vele aanbieders ze hiervoor zullen gebruiken, is vooraf onderwerp van discussie. Gaan ze voor gebruikersgemak of liever optimale privacy? De symboliek van de discussie is aan ze besteed.

'Publieke waarden vragen om een langetermijnstrategie'
Christien Bok, SURF

Van Dijck: “Binnen een week stapten we massaal over op online onderwijs. Voor die tijd streefden we
naar een gebalanceerde mix van offline en online onderwijs, maar nu moest alles online, ook tentamens. Dan krijg je te maken met vraagstukken over surveillance. Mag je zomaar een 360-gradencamera inzetten voor online proctoring, om te controleren of studenten niet spieken? We hadden zulke fundamentele vraagstukken heel zorgvuldig willen aanpakken, maar nu moeten we ze in no time oplossen.”

José van Dijck

José van Dijck, Universiteit van Utrecht

Bok: “Het oplossen van fundamentele vraagstukken over publieke waarden vereist inderdaad een lange adem. Zonder een langetermijnstrategie blijven we ad hoc reageren.” Maex: “Het probleem ligt nu prominent op tafel. Publieke waarden zijn het fundament van onsonderwijs. Hoe zorgenwe dat we onafhankelijk blijven als we commerciële onderwijsplatforms gebruiken? Hoe houden we controle over data? Veel online platforms zijn sterk gericht op gepersonaliseerde diensten. Is dat wel wat we willen?”

Karen Maex

Karen Maex, Universiteit van Amsterdam

Samenscholen of verslonden worden

Het zijn vragen waar Maex, Van Dijck en Bok zich al veel langer mee bezighouden. Tijdens de SURF Onderwijsdagen in 2019 waarschuwde Bok in haar keynote speech dat de onderwijsinstellingen zonder onderlinge afspraken geen partij vormen voor grote techbedrijven. Het is, in haar woorden, “samenscholen of verslonden worden”. Er is vooral haast geboden met het organiseren van een betrouwbare, instellingsoverstijgende identiteit voor studenten, afspraken maken over microcertificering en het beschermen van studiedata, stelde ze. Naar aanleiding van haar betoog krijgt ze soms de vraag of ze tegen de ‘big five’ is, de vijf Amerikaanse bedrijven die de Westerse markt domineren: Apple, Alphabet (Google), Microsoft, Facebook en Amazon. “De markt heeft ons ontzettend veel te bieden”, zegt Bok. “Dat we überhaupt in een weekend kunnen overstappen op volledig online onderwijs, is mede te danken aan de mogelijkheden die de markt biedt. Maar zijn we in staat om de diensten die zij leveren onder onze voorwaarden te gebruiken? Dat vraagt een afgewogen keuze. Wat laten we wel en niet aan de markt over? Welke voorwaarden stellen wij aan de bedrijven en hoe zorgen we ervoor dat we kunnen controleren dat de afspraken ook echt worden nagekomen?” SURF biedt al een belangrijk deel van de infrastructuur voor onderzoek en onderwijs. Met de instellingen is een juridisch normenkader vastgelegd. Volgens dat kader maakt SURF afspraken
met leveranciers, waardoor de instellingen zich ervan kunnen verzekeren dat de diensten AVG-proof zijn en de voorwaarden transparant. Maar de keuze is aan de instellingen.

Christien Bok zit achter laptop

Bok: “Iedereen is het eens over publieke waarden, maar de praktijk is ingewikkeld. Een instelling heeft ook te maken met een onderzoeker die een aantrekkelijk aanbod van Google krijgt voor gratis dataopslag. Een student is misschien gevoelig voor de privacy-aspecten van online proctoring, maar ook gecharmeerd van het gebruikersgemak van Zoom. Daardoor kunnen individuele afwegingen toch anders uitpakken.”

Kiezen tussen Amerikaanse of Chinese voorwaarden

In ‘Het internet is stuk’ schrijft Marleen Stikker van Waag Society dat de crux van het probleem ligt in het ontbreken van een publiek online domein. “Publieke organisaties hebben geen ruimte ingebouwd, zoals ze dat in de vorige eeuw wel deden met frequenties van publieke televisie of radio”, zegt Van Dijck. “Daardoor lopen commerciële, private en publieke ruimtes online in elkaar over. We ontkomen er bijna niet aan dat onze data achter de schermen worden verbonden. Denk alleen al aan alle data en metadata die wij als educatieve sector genereren, gebruikmakend van allerlei platformen. Die zijn kostbaar en we geven ze zomaar weg. Het is naïef om te denken dat we ze uitruilen voor de technische faciliteiten. We betalen het later dubbel en dwars terug.”

‘Als publieke sector moeten we een Europese vuist maken’
José van Dijck, Universiteit Utrecht

Niet alleen het onderwijs worstelt hiermee, maar de hele publieke sector, ziet ze. Ook binnen het primair onderwijs, de zorg en de gemeenten probeert men publieke waarden te beschermen bij de digitale transformatie.

Van Dijck: “Systemen die mondiaal in gebruik zijn, zijn Amerikaans of Chinees. Bij hun voorwaarden voelen Europese landen zich niet thuis. Tegelijkertijd moeten we niet de illusie hebben dat de publieke sectoren zelf iets kunnen neerzetten dat kan wedijveren met het gebruikersgemak van de big five.” Bok: “Het is wel mogelijk om alternatieven te ontwikkelen die misschien minder flitsend zijn, maar die de regie teruggeven op een aantal essentiële functionaliteiten. SURF doet dat ook al, met onder meer SURFconext, eduID, edubadges en onze videobelpilot. Als we daar samen toe besluiten, kunnen we dat uitbouwen.”

Van Dijck: “Daarnaast moeten we onderhandelen met die grote bedrijven over publieke waarden. Europa doet het heel goed in de wereld als het gaat om het omzetten van normen en waarden in wetten. Als publieke sector moeten we een Europese vuist maken.”

Maex: “Aan het ecosysteem kun je als instelling weinig veranderen, maar de publieke sector als geheel kan dat wel sturen, op Europees niveau. Dat is een politieke keuze, waar draagvlak voor nodig is.”

Bok: “Precies. Je ziet hoeveel verschil de AVG heeft gemaakt. Sommige aspecten moeten met wetgeving worden opgelost, zoals eigenaarschap van data en openheid over de werking van algoritmes. Ook het zorgen voor keuzevrijheid moet in de wet zijn vastgelegd.”

Christien Bok belt achter laptop

Toegenomen bewustwording

Maar organisatie op Europees niveau vraagt ook om een collectief optreden van de eigen sector. Het besef groeit dat de instellingen samen sterk staan. Van Dijck: “Bedrijven stappen graag naar een individuele instelling, om ze tegen elkaar uit te spelen. Het is heel belangrijk dat wij laten zien dat we samen de publieke waarden hoog in het vaandel hebben staan. Dat is waarom wij publieke instellingen zijn.”

Maex: “De bewustwording dat we beter moeten onderhandelen met de leveranciers was al sterk toegenomen in onderwijs en onderzoek. Waar we voorheen nog moesten worstelen om dit onderwerp op de agenda te krijgen, staat het tegenwoordig duidelijk op ieders netvlies. Dat geldt nog veel sterker nu we allemaal in dezelfde omstandigheden zitten. Laten we nu inzetten op de langetermijnvisie voor het post-coronatijdperk.”

Hoe houden we rekening met publieke waarden?

Vanuit SURF vinden we het belangrijk dat privacy, security en compliance van clouddiensten goed geregeld zijn. Dat brengen we bijvoorbeeld in de praktijk door via SURFcumulus cloudtoepassingen beschikbaar te stellen van vijf verschillende aanbieders. De aanbesteding is namens de instellingen gedaan, zodat ze erop kunnen vertrouwen dat de toepassingen voldoen aan hun eisen en wensen. Daarvoor gebruiken we het juridisch normenkader dat we samen met de instellingen hebben ontwikkeld. De voorwaarden van de verschillende partijen zijn transparant. Door verschillende aanbieders te combineren in SURFcumulus, behouden de afnemers hun flexibiliteit en keuzevrijheid. Via één ingang kunnen ze bij verschillende leveranciers terecht voor clouddiensten op het gebied van onder meer infrastructuur en data-opslag. Daar helpen we ze bij, onder meer door trainingen aan te bieden en door kennis die de instellingen opdoen over de cloudtoepassingen, breder te delen.

Tekst: Marjolein van Trigt
Foto's: Sicco van Grieken

'Het post-coronatijdperk vraagt om een langetermijnvisie op publieke waarden' is een artikel uit SURF Magazine Juni 2020

SURF Magazine Juni-editie 2020