Interview met Robert Schuwer

Een kwaliteitsmodel vergroot de bereidheid om leermaterialen te delen

Met vallen en opstaan begrepen de eerste initiators van open leermaterialen in Nederland hoe belangrijk een kwaliteitsmodel kan zijn om een praktijk van delen op gang te brengen.

Robert Schuwer

Inmiddels staat het voor open leermaterialen-expert Robert Schuwer buiten kijf: kwaliteit is king.

Zeg je 'open leermaterialen', dan zeg je Robert Schuwer. De lector Open Educational Resources (OER) van Fontys Hogeschool ICT is betrokken bij een groot aantal Nederlandse initiatieven voor het delen en hergebruik van leermateriaal in het hoger onderwijs. Sinds kort is hij daarnaast aanvoerder van de zone 'Naar digitale (open) leermiddelen' voor het Versnellingsplan onderwijsinnovatie met ICT.

Veel docenten bleken best bereid om hun leermaterialen te delen, maar ze vroegen zich af in hoeverre het bruikbaar was voor anderen. Ze wilden graag handvaten voor het beoordelen van de kwaliteit van hun eigen werk.

Handvatten nodig om te durven delen

Robert Schuwer was onder andere betrokken bij de totstandkoming van Wikiwijs, het platform voor open leermaterialen voor het PO en VO. Het initiatief van minister Ronald Plasterk ontstond in een tijd dat de Commissie-Dijsselbloem net had geconcludeerd dat het Nederlandse onderwijs te veel was overspoeld door vernieuwingen die vanuit een ivoren toren werden opgelegd. Docenten zouden zich niet langer de eigenaar voelen van het eigen vak. Wikiwijs was een poging om dat eigenaarschap terug te geven. Om die reden wilden de initiators vooral geen eisen stellen aan de kwaliteit van het materiaal dat docenten deelden, vanuit de gedachte dat docenten dondersgoed weten wat goed onderwijs is. "Dat was een verkeerde inschatting," weet Schuwer nu. "Als je drie keer een dode link tegenkomt in gevonden leermateriaal, dan concludeer je dat het bagger is en kom je nooit meer terug. Bovendien bleken veel docenten best bereid om hun werk te delen, maar vroegen ze zich af in hoeverre het bruikbaar was voor anderen. Ze wilden graag handvatten voor het beoordelen van de kwaliteit ervan."

Kwaliteit is king. Als je drie keer een dode link tegenkomt in gevonden leermateriaal, dan concludeer je dat het bagger is en kom je nooit meer terug.

Minimum kwaliteitsmodel

Schuwer en zijn collega's interviewden docenten en doken de vakliteratuur in. Zij kwamen met het minimum kwaliteitsmodel: een minimaal lijstje criteria waaraan leermaterialen zouden moeten voldoen. Omdat het model het uitgangspunt werd voor ál het materiaal op Wikiwijs, was de enige inhoudelijke eis dat het materiaal 'vakinhoudelijk goed moet zijn'. Na het testen van het conceptmodel werd de eerste definitieve versie omarmd door veel vakcommunity's in het PO en VO. Zij voegden vakinhoudelijke eisen toe en ontwikkelden zo hun eigen kwaliteitsmodel. Ook bepaalde typen onderwijs, zoals Montessori-onderwijs, waren geïnteresseerd in een eigen model. Om transparant te maken welke leermaterialen aan het model voldeden, stelde Wikiwijs leermiddelenspecialisten aan, die materiaal dat voldoet aan het kwaliteitsmodel van een keurmerk voorzagen.

"Inmiddels zeggen we: kwaliteit is king," zegt Schuwer. "De kwaliteit van open leermaterialen móet goed zijn. Door die verkeerde inschatting zijn we indertijd met een grote achterstand begonnen."

Bij een kwaliteitsmodel van ruim twee pagina's moet je echt een goed verhaal hebben, anders haken docenten af.

Een kwaliteitsmodel van ruim twee pagina's

In 2018 wordt het voor vakcommunity's steeds gebruikelijker om een kwaliteitsmodel te ontwikkelen voordat er überhaupt sprake kan zijn van grootschalig delen en hergebruik van leermaterialen. Dat brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Het project 'Samen hbo Verpleegkunde' werkt bijvoorbeeld met een kwaliteitsmodel dat eerder door vijf instellingen is geformuleerd. Inmiddels zijn er tien instellingen bij gekomen, die worden geconfronteerd worden met een reeds bestaand model. De ervaringen van een jaar werken met het model zijn daar al in verwerkt. Schuwer: "Dat betekent dat sommige criteria wat concreter zijn gemaakt of opnieuw gestructureerd. Andere criteria zijn van de eisen naar de wensen verplaatst. Alles bij elkaar geen grote wijzigingen, maar er komt een lijst uit die twee A4-tjes lang is. Als je die voor het eerst ziet, kun je best schrikken."

Verschillen in omgang met het model

Dat is dus ook wat docenten doen als zij het kwaliteitsmodel voor het eerst onder ogen krijgen. Zevenentwintig criteria waaraan hun werk moet en mag voldoen… "Daar moet je dus echt een verhaal bij hebben, anders haken ze af," stelt Schuwer. Hij vindt het interessant om te zien hoe de vijftien instellingen met het kwaliteitsmodel omgaan. Zo is er een instelling die zelf een schifting maakt in de criteria. Eisen die voor hun docenten 'voor zich spreken', worden weggelaten. De eis dat de taal van het leermateriaal Nederlands of Engels moet zijn, is bijvoorbeeld voor veel HBO's verpleegkunde een non-issue. "Misschien is leermateriaal in een andere taal dan Nederlands of Engels in dit geval inderdaad zozeer een uitzondering dat we er geen regel voor hoeven op te stellen," denkt Schuwer inmiddels.

Een andere instelling vindt het kwaliteitsmodel juist niet ver genoeg gaan. Vanuit de instellingsvisie stellen zij hogere eisen aan open leermaterialen. Materiaal dat onder de naam van de instelling verschijnt, geldt immers als een uithangbord voor de organisatie. Wat dat betekent voor het model? "Daar moeten we nog over nadenken, maar het is een interessante zienswijze."