Jaarlijks 20 miljoen extra voor digitalisering in de wetenschap

Het ministerie van OCW stelt vanaf 2020 jaarlijks structureel 20 miljoen euro extra ter beschikking aan NWO om de ICT-infrastructuur voor wetenschappelijk onderzoek te versterken.

Ronald Stolk, Jasper Reijnders en Magchiel Bijsterbosch

Met het geld worden kennis en expertise ontwikkeld voor ondersteuning en innovatie bij universiteiten, UMC’s, wetenschappelijke instituten en SURF. Met deze stap heeft Nederland voor het eerst een langetermijnstrategie mét bijbehorende financiering voor de versterking van ICT voor de hele wetenschap.

De strategie kende een aanlooptijd van een paar jaar. Het uiteindelijke uitvoeringsplan werd in 2019 in slechts 5 maanden in elkaar gezet. Een mooie en vooral gezamenlijke prestatie vinden Jasper Reijnders (NWO), Ronald Stolk (RUG) en Magchiel Bijsterbosch (SURF). Volgens hen markeert de strategie een mijlpaal én een nieuw begin. Voor een feestje vinden ze het nog iets te vroeg. “Eerst maar eens met resultaten komen”, aldus Bijsterbosch.

Stolk is zeer verheugd dat de instellingen nauw betrokken waren bij het uitvoeringsplan. “Dat is in het verleden niet altijd zo geweest.” Hij is ook tevreden over de balans in het plan. “We gaan samenwerken en krijgen als instellingen tevens de ruimte om zaken zelf te ontwikkelen. En die komen later weer ten goede aan het collectief.” Bijsterbosch vindt dat het uitvoeringsplan daadwerkelijk invulling geeft aan de coöperatie SURF. “Er komen nu structurele middelen en investeringen die we met elkaar gaan invullen.” Reijnders beschouwt het plan echt als iets nieuws waarbij de weg ernaartoe niet vanzelfsprekend was. “Het was voor het succes vooral belangrijk dat de instellingen er vanaf het begin bij betrokken waren en dat aan de intermediairfunctie van SURF recht is gedaan.”

Beschikbaar voor het hele veld

Het uitvoeringsplan kent grofweg drie hoofdlijnen. Allereerst de versterking van de nationale rekenfaciliteiten waaronder de vervanging van supercomputer Cartesius. Ten tweede de ondersteuning van de voortgaande digitalisering van de wetenschap bij de instellingen, het Netherlands eScience Center en SURF, onder meer in de vorm van nieuw op te richten Digital Competence Centers, de DCC’s. En als derde kennisvernieuwing voor faciliteiten en ondersteuning van de toekomst. “Hierbij gaat het om onderwerpen als quantum computing, machine learning en streaming data. Het is vooral SURF die dit initieert en zorgt dat de resultaten beschikbaar komen voor het hele veld,” aldus Bijsterbosch. Van de 20 miljoen is structureel 9,5 miljoen voor de nationale rekenvoorzieningen, 4,5 miljoen voor de DCC’s en 3,5 miljoen voor kennisvernieuwing. Daarnaast wordt 2,5 miljoen geïnvesteerd in versterking van het Netherlands eScience Center.

‘We gaan samen optrekken en instellingen krijgen tevens de ruimte om zaken zelf te ontwikkelen’

Herinvesteringsplan voor supercomputer

Voor de vervanging van Cartesius is de aanbesteding inmiddels in volle gang. “De nieuwe supercomputer is nodig om in de vraag te kunnen voorzien van de bèta’s naar meer, sneller en grootser, en ook om tegemoet te komen aan de fors groeiende behoeften van onderzoekers in andere vakgebieden. Die zijn echt bezig aan een enorme inhaalslag als het gaat om data,” aldus Stolk. Een van de afspraken in het plan is dat de instellingen en NWO samen een spaarpot gaan aanleggen. Daarmee moet over vijf tot zes jaar de vervanging van de opvolger van Cartesius worden gefinancierd. Volgens Reijnders was het best spannend om de instellingen om een eigen bijdrage te vragen. “Des te mooier is het dat ze uiteindelijk met elkaar een goed herinvesteringsplan hebben gemaakt.” Ook Bijsterbosch is blij met deze ontwikkeling. “Het is goed om samen geld te reserveren zodat je het straks niet bij elkaar hoeft te schrapen. Met deze afspraak wordt een investering in ICT-infrastructuur ook steeds meer een vast onderdeel van de structuur en de werkwijze binnen de instellingen.”

Datasteward nieuwe ICT-functie

De DCC’s gaan op verschillende niveaus opereren. Op lokaal niveau binnen de instellingen, instellingsoverstijgend op thematisch gebied en als netwerk voor de hele sector in Nederland samen met de expertise bij onder meer het Netherlands eScience Center en SURF. De bemensing van de DCC’s zal onder meer worden gevormd door de zogenaamde datastewards of softwareengineers. Een nieuwe ICT-functie die qua positie vergelijkbaar is met een analist of technicus in laboratoriumonderzoek. Volgens Bijsterbosch is het van wezenlijk belang om deze nieuwe functie goed in te vullen en in te bedden in de organisatiestructuur van instellingen.“Daarom besteden we in het uitvoeringsplan ook aandacht aan de ontwikkeling van een competentieprofiel en een carrièreperspectief.”

‘De Digital Competence Centers spelen een grote rol in de onontkoombare en noodzakelijke opmars van open science’
Ronald Stolk, Jasper Reijnders en Magchiel Bijsterbosch

Volgens Reijnders leveren de DCC’s belangrijke ondersteuning, niet alleen op het gebied van data maar ook voor bijkomende en benodigde regelgeving, verantwoording en transparantie. “De DCC’s spelen een grote rol in de opmars van open science. Die is even onontkoombaar als noodzakelijk. Niet alleen omdat investeringen met publiek geld vragen om openheid maar vooral omdat je, door je data te delen en te bundelen, samen veel meer kunt bereiken. Bijvoorbeeld om met elkaar snel en succesvol onderzoek te kunnen doen naar het coronavirus.” Ook Stolk ziet open science een steeds hogere vlucht nemen. “Het is echt de toekomst”. Bovendien maakt open science het mogelijk om onderzoek te reproduceren. En dat is belangrijk na missers en fraude in het verleden. “Die hebben echt voor een deuk in het vertrouwen in de wetenschap gezorgd. En dat vertrouwen moeten we terugwinnen. Zeker als je kijkt naar alle maatschappelijke uitdagingen waar we voor staan”.

Eigenheid goed voor creatief proces

Stolk ziet de komst van de DCC’s en datastewards als de erkenning van het grote belang van ICT-ondersteuning voor wetenschappers. Volgens hem bieden de DCC’s voldoende variatie en ruimte om samen op te trekken en tegelijkertijd als instelling zaken zelf op te pakken en te ontwikkelen. “Die eigenheid is goed voor het creatieve proces. Een succesvol initiatief of project kun je later altijd opschalen en verder brengen.” De eigenheid doet volgens Bijsterbosch ook recht aan de instellingen die zich profileren op het gebied van ICT en ICT-ondersteuning. “Daarmee halen ze immers ook talenten en projecten binnen.”

De extra investeringen voor ICT-ondersteuning van wetenschappelijk onderzoek doen Stolk goed, als CIO maar ook als hoogleraar. “Ik zit hier niet als hoogleraar aan tafel maar het is wel een voordeel dat ik de taal van de wetenschappers spreek en hun behoeften ken.” Die behoeften richten zich enerzijds op dagelijkse en praktische ondersteuning. “Snel en dichtbij, bijvoorbeeld wanneer je data wilt verzamelen of analyseren.” Daarnaast groeit de behoefte onder wetenschappers aan nog meer ondersteuning op datagebied. “Vroeger deed je dat zelf of schakelde je een promovendus of secretaresse in, maar die tijd is voorbij. De datawereld heeft een enorme vlucht genomen en de huidige tijd vraagt om specifieke kennis en kwaliteiten. Ook om succesvol te kunnen concurreren.” Ook daar wordt in het uitvoeringsplan ruim aandacht aan besteed.

Niet als water uit de kraan

Naast hun professionele rol voelen Reijnders, Stolk en Bijsterbosch zich ook persoonlijk betrokken bij het onderwerp. “Ik word gedreven om onderzoek goed te faciliteren, daar doe ik het echt voor. En met deze structurele investeringen wordt het voor wetenschappers en bestuurders ook duidelijk dat ICT en ICT-ondersteuning er niet automatisch is, zoals water uit de kraan. Dat inzicht is pure winst”, aldus Stolk. “Grote wetenschappelijke infrastructuur gaat vaak over prestigieuze projecten zoals een telescoop. De infrastructuur waar het hier over gaat is misschien minder tastbaar en meeslepend maar minstens zo belangrijk”, vindt Reijnders. “Ik ben ooit bij SURF gaan werken om met elkaar de ondersteuning voor de wetenschappers zo goed mogelijk neer te zetten. Dit uitvoeringsplan is daar een heel mooi voorbeeld van”, aldus Bijsterbosch.

‘De pilaren van infrastructuur, ondersteuning en kennisvernieuwing staan niet op zichzelf’

Het uitvoeringsplan biedt houvast en hoop voor de toekomst maar is nog geen gelopen race. “We moeten vasthouden aan onze afspraken en vooral trouw blijven aan de samenhang en samenwerking in het plan. Als dit rendeert, hebben we een goed verhaal om hiermee door te gaan. We moeten dus ook de impact en het effect van de investeringen zichtbaar maken”, meent Reijnders. Volgens Bijsterbosch is het vooral belangrijk te blijven beseffen dat de pilaren van infrastructuur, ondersteuning en kennisvernieuwing niet op zichzelf staan. “De aansluiting in de dagelijkse ondersteuning van onderzoek tussen de DCC's, de nationale rekenfaciliteiten en de expertise is cruciaal voor het succes.” Stolk benadrukt het belang van de nieuwe situatie: “De verhouding tussen SURF en de CIO’s is duidelijk verbeterd en de vibe is zeer positief. Dat moeten we vasthouden.”

Twee onderzoekers praten met elkaar

Ronald Stolk is directeur van het Centrum
voor Informatie Technologie/CIO en hoogleraar
Klinische Epidemiologie aan de Rijksuniversiteit
Groningen

Jasper Reijnders is secretaris van de raad van
bestuur en hoofd van het bureau RvB bij NWO

Magchiel Bijsterbosch is senior adviseur
strategie & ontwikkeling bij SURF

Tekst: Johan Vlasblom
Foto’s: Sicco van Grieken

'Jaarlijks 20 miljoen extra voor digitalisering in de wetenschap' is een artikel uit SURF Magazine 1-2020.

SURF Magazine maarteditie 2020