Application delivery as a service (ADaaS): Altijd en overal werken en studeren in de cloud(Publicatie)

Het Nederlandse onderwijs een dienst bezorgen waarbij studenten en medewerkers altijd en overal toegang hebben tot de meest gebruikte applicaties. Voor minder doen ze het niet. Cees Plug, directeur ICT bij Inholland en Hans-Peter Ligthart, teammanager Digitale Platformen bij SURFmarket, over de ontwikkeling en de toegevoegde waarde van ADaaS.

download
05 FEB 2019

Hans-Peter Ligthart (HPL): ADaaS staat voor Application Delivery as a Service. We willen zoveel mogelijk applicaties in de cloud installeren en via een browser ontsluiten, zodat je altijd en overal kunt werken en studeren.

Cees Plug (CP): We zijn in 2016 begonnen met vertegenwoordigers van de Haagse Hogeschool, Fontys, de Universiteit Utrecht, de TU Delft, Inholland en SURF. Het blijkt echt een coalition of the willing.

Welke behoefte vervult ADaaS?

CP: Het ontzorgen van instellingen op het gebied van packaging, distributie, installatie en onderhoud. Daardoor onstaat meer ruimte om te focussen op het primaire proces.

HPL: Digitalisering en flexibilisering van het onderwijs hebben een hoge vlucht genomen. Studenten zijn gewend om alles online te doen. Wanneer ze beginnen met werken in een applicatie op de universiteit, dan willen ze daar een uur later in de trein of thuis mee verder kunnen gaan.

Welke voordelen biedt ADaaS?

HPL: Straks kunnen studenten en onderzoekers niet alleen altijd en overal werken, maar ook gebruikmaken van de nieuwste versies van software en applicaties.

CP: ADaaS zorgt er ook voor dat je met elk apparaat toegang hebt tot die software en applicaties. Dat betekent onder meer dat studenten en medewerkers minder afhankelijk zijn van de faciliteiten die instellingen nu in hun panden aanbieden.

Verhuist alles naar de cloud?

HPL: We hebben in het project ongeveer duizend applicaties in kaart gebracht. Een deel hiervan wordt mogelijk in de cloud geïnstalleerd, bijvoorbeeld vanwege de kosten of de techniek. Toetsapplicaties vallen nu nog buiten de scope omdat ze nog te specifiek of te gefragmenteerd zijn.

CP: Er zijn ook specifieke applicaties die instellingen liever in hun eigen omgeving houden. Dat kan uiteraard. Instellingen kiezen ook straks nog steeds zelf welke applicaties ze wel en niet willen aanbieden.

Bijna alles in de cloud. Is dat veilig en goed qua privacy?

CP: Veel mensen zetten hun persoonlijke leven helemaal op Facebook of Instagram. Dan zou de cloud als het om werk gaat ineens een probleem zijn? Dat geloof ik niet. Maar natuurlijk doen we alles volgens de wettelijke regels.

HPL: Alles is heel goed geregeld. De servers komen in de EU te staan, de beveiliging is uitgebreid, het project is AVG-proof, kortom de dienst zal moeten voldoen aan het juridisch normenkader.

Wat maakt ADaaS tot een uitdagend project?

HPL: De omvang en de aantallen. Stel dat er straks een paar honderdduizend gebruikers actief zijn en het systeem valt tien minuten uit? Dat wil je niet. We gaan er dus voor zorgen dat het systeem werkt en blijft werken.

CP: Het systeem moet elastisch zijn en op elk moment grote aantallen gebruikers aankunnen. Want niet alle studenten en onderzoekers kunnen gebruikmaken van de nieuwste versies.’ piekmomenten zijn te plannen of te voorspellen. De leveranciers zeggen dat ze de vraag naar elasticiteit aankunnen.

Wat waren de grootste hobbels om te nemen?

HPL: De keuze tussen volledig online, of een hybride tussenvorm van online en offline was zeer bepalend en daarmee ook behoorlijk uitdagend. Het is uiteindelijk volledig online geworden. De andere opties voelden toch te veel als ‘net niet’-compromissen.

CP: Het spel met de leveranciers. Hoe kom je tot een gewogen en doordacht prijsblad in een aanbesteding waar alle partijen zich in kunnen vinden? Bijvoorbeeld wanneer je inzet op het aantal gebruikers in plaats van het aantal medewerkers.

Hoe zien de leveranciers dat?

CP: Het is niet direct in hun belang om uit te gaan van het aantal gebruikers. Zij verkopen liever zoveel mogelijk abonnementen. Maar dat is niet in ons belang dus we moeten de markt bewerken.

HPL: Afrekenen op basis van het gebruik heeft voordelen qua financiën en efficiëntie. We krijgen meer inzicht in welke applicaties vaak maar ook welke zelden of nooit worden gebruikt.

CP: En ook: wanneer is het gebruik groot, waar liggen de piekbelastingen? Erg belangrijk om te weten als we gaan opschalen qua aantallen gebruikers.

In welk fase zit ADaaS nu?

HPL: Rond het verschijnen van dit nummer moet duidelijk zijn welke leverancier geselecteerd is. We hopen in februari tot definitieve gunning over te gaan. In het eerste kwartaal van 2019 starten we met de proof of concept bij Inholland en de Universiteit Utrecht.

CP: En daarna gaan we opschalen. Hoe snel en intensief dat gaat, weten we nog niet. Je hebt bijvoorbeeld ook te maken met een intern veranderproces bij de instellingen.

Wat maakt het voor jullie een mooi project?

HPL: Het is vanaf het begin echt een project van cocreatie. De S van SURF stond vroeger voor stichting, maar nu voor mij zeker voor samen. Dit project bewijst dat.

CP: De betrokkenheid bij iedereen is enorm. En ik vind het geweldig om vanuit IT zo betekenisvol bezig te kunnen zijn voor het hoger onderwijs in Nederland.

Dit artikel verscheen in SURF Magazine 04 (januari 2019).

Aantal keren bekeken:
89
Laatste wijziging op 05 feb 2019