4 vragen over de nieuwe supercomputer

De nieuwe supercomputer Snellius is officieel in gebruik gesteld door Koningin Máxima. Met Snellius zijn Nederlandse onderzoekers in staat nog meer wetenschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden. Tijdens de opening op 16 september spraken o.m. Marcel Levi (NWO), klimaatwetenschapper Henk Dijkstra en demissionair minister Van Engelshoven. 

Snellius

4 vragen over de nieuwe supercomputer Snellius

1. Waarom is een nationale supercomputer nodig?

In alle wetenschappelijke disciplines gaat de vooruitgang ontzettend snel, zo vertelde Marcel Levi (voorzitter NWO). De wetenschap laat steeds overtuigender zien dat het antwoord geeft op maatschappelijke vragen over bijvoorbeeld klimaat, energie of infectieziekten. Maar de wetenschap zit zichzelf ook in de weg: de gigantische hoeveelheid gegevens, waarnemingen en data die worden gegenereerd maken het steeds moeilijker om die op correcte wijze te interpreteren. Het grote vraagstuk voor de wetenschap op dit moment is dus niet het verkrijgen van meer data, maar hoe we omgaan met al die data. Hoe gaan we die data ordenen en analyseren? Nou, met heel veel rekenkracht, een supercomputer dus. De Nederlandse wetenschap doet het ontzettend goed. We willen graag op dit niveau blijven, niet alleen vanwege economische voorspoed, maar vooral ook vanwege maatschappelijke stappen voorwaarts. En daar hebben we Snellius voor nodig.

2. Hoe lang gaat Snellius mee?

Hoewel Snellius pas net in gebruik is genomen, moeten we nu al nadenken over wat we over een paar jaar moeten doen. Want ook een supercomputer veroudert gigantisch snel. De financiering van de opvolger van Snellius is al geregeld: er wordt jaarlijks een bedrag uit OCW-middelen gereserveerd en de instellingen dragen hier ook aan bij. Op deze manier is er over 5 jaar voldoende geld om Snellius te vervangen.

Met Snellius kunnen we nieuwe vragen beantwoorden over wat er gebeurt met het klimaat door de toename van broeikasgassen. We kunnen ook gedetailleerder verwachtingen maken voor het klimaat van de toekomst, met name het optreden van extremen zoals hittegolven en overvloedige neerslag. Je hebt een supercomputer nodig vanwege de omvang van de berekeningen en de hoeveelheid data die hiermee gemoeid zijn. Dit soort berekeningen zijn onuitvoerbaar op een laptop.

3. Hoe gaat Snellius bijdragen aan beter klimaatonderzoek?

Als hoogleraar Dynamische oceanografie bestudeert Henk Dijkstra (Universiteit Utrecht) oceanen, en specifiek de rol van de oceanen in het klimaatsysteem. Tijdens de opening van Snellius legde hij het principe van klimaatanatomie uit. Om het klimaat te kunnen bestuderen delen we de aarde (de oceanen, het land, het ijs en de atmosfeer) op in modelblokken. Zo kunnen we als het ware een rooster over de hele aarde leggen. Als we nu betere berekeningen willen maken, dan moeten we de blokjes kleiner maken. Ieder blokje krijgt dan een hogere resolutie. Hoe meer blokjes, hoe meer resolutie, hoe meer rekenkracht je nodig hebt. Met elke nieuwe generatie supercomputers kan klimaatverandering in meer detail worden gesimuleerd en begrepen. We rekenden eerst met blokken van 100x100km; met Snellius kunnen we rekenen in blokken van 10x10km. Een interessante vraag is: welke resolutie is 'voldoende' om hele accurate voorspellingen of berekeningen te kunnen doen over het klimaat of het weer? De huidige inschatting is op een schaal van ongeveer 1km, dus blokjes van 1kmx1km. Dat gaan we niet halen met Snellius, maar we gaan zeker een poging doen om in die richting te komen. 

4. Hoe past Snellius in het 'ecosysteem' van de supersystemen?

Op het gebied van supercomputing of high performance computing zijn er regionale, nationale en Europese systemen. Voor het meer eenvoudige werk kun je prima terecht bij de regionale systemen, bij je eigen universiteit bijvoorbeeld. Als het complexer wordt of er zijn enorm grote datasets mee gemoeid, dan kun je bij het nationale systeem terecht, in Nederland is dat Snellius. Een systeem als Snellius is voor een individuele instelling niet te financieren en wordt daarom op nationaal niveau door SURF beheerd. Tot slot krijgen Europese toponderzoekers die grootschalige rekencapaciteit nodig hebben, toegang tot de krachtigste Europese rekensystemen. Deze bevinden zich in Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje en Zwitserland. Samen vormen deze 3 soorten systemen een Europees HPC-ecosysteem van supercomputers. Om te werken met een groot Europees systeem moet je ervaren zijn in het werken met dit soort faciliteiten, en ook daarom is Snellius van belang. 
 

Inauguratie Snellius

De nieuwe nationale supercomputer Snellius is op 16 september 2021 officieel in gebruik gesteld door koningin Máxima. Je kunt  de opnames van het feestelijke event terugkijken.

Virtuele tour

Je kunt Snellius ook virtueel bezichtigen, met daarbij achtergrondinformatie en voorbeelden van onderzoek.

Virtuele tour

'4 vragen over de nieuwe supercomputer' is een artikel van SURF Magazine. Maandelijks de nieuwste artikelen in je inbox? Abonneer je dan op de SURF Magazine-nieuwsbrief

Terug naar SURF Magazine

Vragen naar aanleiding van dit artikel? Mail naar magazine@surf.nl