Hoe doen ze het in Zweden?

Sunet is de SURF van Zweden. Net als haar Nederlandse tegenhanger biedt de Scandinavische organisatie zowel een nationaal netwerk als een scala van diensten aan. Sommige van deze diensten zijn behoorlijk ambitieus. Kunnen we iets van de Zweden leren?

Illustratie van campusgebouw met iconen van ICT-voorzieningen

Een blik op de homepage van Sunet maakt één ding heel duidelijk: diensten staan centraal in haar missie. De hele pagina is eigenlijk een etalage, met veel tegeltjes die reclame maken voor het aanbod. De meeste diensten zijn gebaseerd op een enkel commercieel product. Voor videoconferencing is er een Zoom-dienst en het aangeboden leermanagementsysteem is Canvas. Maar het uiteindelijke doel wordt heel duidelijk gemaakt in de header: Sunet biedt een ‘toegankelijke, veilige en schaalbare e-infrastructuur’. De basis hiervoor is het gelijknamige nationale academische computernetwerk van Sunet.

Per Nilen van Sunet

Per Nihlén

De Zweedse universiteiten zijn niet verplicht de producten van Sunet te gebruiken. Maar grotendeels doen ze dat wel. Een recent voorbeeld is eduSign, legt Per Nihlén, chief technical officer van Sunet, uit. "Toen iedereen tijdens de pandemie thuis werkte, kwamen mensen erachter dat ze geen papieren meer konden ondertekenen waarvoor een handtekening nodig was. Of alles moest via het postkantoor. Met onze EduSign-dienst kun je dingen online ondertekenen, min of meer direct. Dat is het afgelopen jaar echt van de grond gekomen."

Sunet-mensen binnen de instellingen

Het succes van de diensten van Sunet is niet alleen te danken aan goede producten tegen lagere prijzen, zegt Nihlén: "We willen zo dicht mogelijk bij de behoeften van de klanten staan.” Dat gaat zo ver dat veel medewerkers van Sunet eigenlijk medewerkers van instellingen zijn. “Bij elke dienst proberen we mensen van de universiteiten verantwoordelijk te maken voor die dienst in die lokale gemeenschap. Vaak zijn dat geen ICT’ers maar mensen die bijvoorbeeld bij het onderwijs betrokken zijn. We betalen hen voor 25 tot 75% van hun tijd. Maar zij maken deel uit van die gemeenschap; wij niet."

Illustratie van campusgebouw met iconen van ICT-voorzieningen
Bij elke dienst proberen we medewerkers van de universiteiten verantwoordelijk te maken voor die dienst in die lokale gemeenschap.

Deze front office rol gaat vrij ver: "Als een andere universiteit een dienst wil gebruiken, nemen ze contact op met deze vertegenwoordiger, niet rechtstreeks met Sunet. De vertegenwoordiger kan alle vragen beantwoorden en zelfs een contractvoorstel sturen." 

Hybride organisatie

Sunet is dus eigenlijk een soort hybride organisatie. En niet alleen qua personele bezetting. Nihlén: "We zijn bezig met het opzetten van iets dat Sunet Drive heet. Die gaat dataopslag en filesharing bieden, volledig gehost door ons samen met Zweedse universiteiten. Op die manier vermijden we de problemen met dataopslag in de clouds van commerciële aanbieders."

David Heed van Sunet

David Heed

David Heed, verantwoordelijk voor netwerk- en beveiligingsdiensten bij Sunet, legt uit: "Onze taak bij deze dienst is het leveren van snelle netwerkverbindingen tussen de universitaire rekencentra waar de gegevens worden opgeslagen. En wij zijn verantwoordelijk voor de service. Daarom controleren we de datacenters: ze moeten voldoen aan onze eisen.” Dus ook hier zit Sunet diep in de instellingen.

Samenwerken, ook voor het campusnetwerk 

Het meest ambitieuze project voor Sunet op dit moment is CNaaS: Campus Network as a Service. In principe komt het erop neer dat Sunet een partner wordt die verantwoordelijk is voor het ontwerpen en onderhouden van het eigen netwerk van een universiteit, samen met de universiteit. 

Het idee werd geopperd in de raad van bestuur van Sunet, zegt Nihlén. "Ze wilden weten of we een campusnetwerk konden ontwerpen waarbij je gemakkelijk hardwarecomponenten kon vervangen door producten van uiteenlopende leveranciers. We vroegen onze klanten of ze geïnteresseerd waren, richtten een stuurgroep op, ontwikkelden een basisdienst en vonden een launch customer." Inmiddels gebruiken 3 universiteiten CNaaS en staan er nog 3 op het punt om toe te treden. Maar wat vinden de campusnetwerkbeheerders van deze overname? Nihlén: "Nou, we vervangen geen personeel. We dwingen ook niet onze manieren af, maar luisteren naar hun wensen en maken dan samen met hen een plan over hoe we kunnen samenwerken in de infrastructuur."

Minder tijd, meer capaciteit  

Hoe werkt het? "Onze startklant is een kleine universiteit. Die had maar een halve fte voor netwerkbeheer. We zijn met die persoon in gesprek gegaan om de veranderingen vorm te geven. Inmiddels hebben we het grootste deel van het beheer geautomatiseerd en monitoren we hun netwerk fulltime op storingen. De netwerkbeheerder bespaart veel tijd, die hij kan gebruiken voor interessantere taken. En daarvoor kan hij een beroep doen op de gezamenlijke kennis van ons netwerkteam.”

De netwerkbeheerder van de instelling bespaart veel tijd, die hij kan gebruiken voor interessantere taken. Daarvoor kan hij een beroep doen op de gezamenlijke kennis van ons netwerkteam.

"Voor de tweede klant", vult Heed aan, "was niet expertise maar geld de drijfveer. Ze hebben een grotere netwerkafdeling, maar ze wilden betere apparatuur voor minder geld. Omdat Sunet namens meerdere universiteiten inkoopt en geen winst maakt, kunnen we netwerkapparatuur tegen lagere prijzen aanbieden. Maar toen raakten ze geïnteresseerd in de netwerkautomatisering die wij hadden ontwikkeld. En de volgende stap was dat ze ons hun netwerk lieten monitoren, samen met hun eigen team. Ons netwerk operations center monitort namelijk 24 uur per dag, zeven dagen per week. Ik denk niet dat er één universiteit in Zweden is die dat doet."

Voor CNaaS brengt Sunet alle partijnen bij elkaar

Een laatste voordeel van Sunet is dat ze veel sneller ondersteuning kan krijgen van de netwerkleveranciers dan een afzonderlijke universiteit. CNaaS brengt dus alle betrokken partijen bij elkaar. Nihlén: "We verzamelen de kennis en ervaring van iedereen en iedereen kan daarin delen. Daarmee bouwen we een community van experts rond de dienst. Ik denk dat dat heel goed werkt."

Ron Augustus, chief innovation officer van SURF: 

"Net zoals Sunet in Zweden verzorgt SURF in Nederland een veilige, snelle en toegankelijke infrastructuur voor het hoger onderwijs. In het SURF ‘On Campus-scenariotraject 2030’ zijn voor het mbo en het hbo een aantal mogelijke richtingen voor de Smart Campus vastgelegd. Vooral voor kleinere instellingen is samenwerking belangrijk om een veilige, betaalbare en innovatieve infrastructuur voor studenten en docenten te kunnen bieden. Maar ook voor de grote instellingen is die samenwerking van toegevoegde waarde, zodat sector-overstijgende en internationale standaarden kunnen worden vastgelegd in architectuurafspraken. SURF kan daarbij een werkplaats voor innovatie zijn, waar samen met leden nieuwe technologieën worden afgetast, proefprojecten worden gedaan en nieuwe diensten worden ontwikkeld. 

Leren van de hybride aanpak

Ik vind de hybride aanpak van de Zweden interessant, waarbij ze vooral met medewerkers op de loonlijst van leden nieuwe projecten doen. SURF deelt nu ook al kennis met andere counterparts in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Finland en Denemarken, omdat Europese ontwikkelingen en regelgeving op het gebied van infrastructuur, privacy en veiligheid steeds sneller gaan. Ook kijken we in Europees verband naar synergie tussen onderzoek en onderwijs, bijvoorbeeld of het onderwijs dezelfde centrale dataopslag-faciliteiten onder eigen regie kan gebruiken zoals in onderzoek. 

Er lijkt daarmee vanuit de sector meer vraag te komen naar landelijke coördinatie en ondersteuning, een rol die SURF desgewenst graag oppakt." 

Ron Augustus, chief innovation officer van SURF

Ron Augustus, chief innovation officer van SURF

Tekst artikel: Aad van de Wijngaart
Illustratie: De Hondsdagen

'Hoe doen de Zweden het?' is een artikel van SURF Magazine. Maandelijks de nieuwste artikelen in je inbox? Abonneer je dan op de SURF Magazine-nieuwsbrief

Terug naar SURF Magazine

Vragen naar aanleiding van dit artikel? Mail naar magazine@surf.nl