Digital Competence Centers laten instellingen intensiever samenwerken

Digitalisering van onderzoek vergt expertise, en die is schaars. Digital Competence Centers (DCC’s) bundelen die expertise. Bovendien maken ze het makkelijker voor instellingen om kennis te delen en samen diensten te ontwikkelen. De behoeften op dit gebied blijken namelijk breed te worden gedeeld.

Samenwerken achter een computer

De digitale transformatie van de wetenschap biedt enorme kansen. Tegelijk krijgen onderzoekers steeds meer mogelijkheden om hun data digitaal toegankelijk te maken. Maar hoe moet een onderzoeker dat allemaal aanpakken? Voor menigeen is het onbekend terrein.

DCC’s zijn de oplossing voor dit probleem. Bij zo’n Digital Competence Center krijgt de onderzoeker antwoord op zijn of haar vragen over het verzamelen, de opslag en de verwerking van data. DCC’s signaleren ook verbeterpunten en gaan hier actief mee aan de slag. Digitalisering is een belangrijke ontwikkeling in alle takken van de wetenschap. NWO voert, in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), een aantal activiteiten uit op het gebied van digitale onderzoeksinfrastructuur. 

In 2020 en 2023 hield NWO een subsidieronde voor de oprichting of verdere ontwikkeling van LDCC’s bij alle universiteiten, UMC’s, NWO- en KNAW-instituten en hogescholen. Daarnaast worden er middelen beschikbaar gesteld aan SURF voor expertise en ondersteuning van de DCC’s. SURF heeft hiervoor onder andere calls georganiseerd voor DCC-consortiumprojecten en -pilots.

Portret Iwan Holleman Radboud Universiteit

Iwan Holleman divisiedirecteur Information & Library Services, Radboud Universiteit

Meerdere universiteiten pakken gezamenlijk uitdagingen op

Inmiddels zijn er drie calls for proposals gehouden. Daarin is een duidelijke trend te zien, zegt Iwan Holleman, divisiedirecteur Information & Library Services bij de Radboud Universiteit. “In het begin waren de voorstellen nogal lokaal gericht: initiatiefnemers wilden een paar stappen zetten binnen het DCC van één instelling. Nu zie je dat men bepaalde DCC-uitdagingen meer integraal wil oppakken met meerdere universiteiten of zelfs met grotere consortia.” Voorbeelden zijn de ontwikkeling van een virtuele research-assistent of van metadatastandaarden.

Opvallend genoeg toont de inhoud van de voorstellen veel overeenkomsten. Zo veel zelfs, dat SURF diverse consortia adviseerde om samen te werken. Drie consortia die ieder in een project bezig zijn met research-repositories, houden nu bijeenkomsten waarin zij kijken naar synergieën en hergebruik van elkaars kennis.

Holleman vindt het een goede ontwikkeling. “Een DCC bundelt niet alleen kennis binnen een organisatie, maar maakt het ook makkelijker om kennis te delen tussen instellingen en samen dingen te ontwikkelen.”

"Inmiddels zie je in de proposals dat DCC-uitdagingen meer integraal worden opgepakt, met meerdere universiteiten of zelfs met grotere consortia.”
Iwan Holleman, Radboud Universiteit

De meeste activiteit ziet Holleman bij generieke, lokale DCC’s (LDCC’s). Thematische DCC’s (TDCC’s), die zich op bepaalde onderzoeksdomeinen richten, zijn nog in opkomst. Dat zegt ook iets over de ontwikkeling van FAIR databeheer. “Findability en Accessibility kun je goed regelen over de volle breedte van een instelling. Maar bij Interoperability en Reusability kom je vaak diep in de techniek, zoals gespecialiseerde dataformats. Dat is een volgende stap, die vraagt om samenwerking over instellingsgrenzen heen.”

Digital Competence Centers kunnen verschillen in opzet en focus

Er zijn grote verschillen tussen DCC’s, observeert Jeroen Rombouts, coordinator Research Data Management bij de Erasmus Universiteit. “Sommige bestaan nog maar kort, terwijl andere al jaren actief zijn. Die laatste zijn doorgaans opgezet als expertisecentra, met een eigen naam. Bij andere instellingen functioneert het DCC als een soort virtueel netwerk van experts. Al dan niet gekoppeld aan een bestaande helpdesk met een eigen loket.”

Portret Jeroen Rombouts Erasmus Universiteit

Jeroen Rombouts, coordinator Research Data Management, Erasmus Universiteit Rotterdam

De expertise waarover een DCC moet beschikken, is dan ook heel divers. Naast datamanagement gaat het ook om software-engineering en compute. En innovatie op deze terreinen is niet het hele verhaal. Rombouts: “Bij researchdata-management heb je vaak te maken met subsidievoorwaarden en juridische afspraken, bijvoorbeeld over het delen van data. Privacy is een ander, complex aandachtsgebied.” Met dat al hebben de meeste instellingen hun DCC toch ondergebracht bij de UB of de ict-afdeling. Bij sommige universiteiten vormen die samen één onderdeel.

Kennisdeling en ervaringsuitwisseling via IN-DCC-platform

Juist die variëteit levert volgens Rombouts veel nuttige ervaringen op. “Wat werkt, en wat niet?” Er is een platform waar ervaringen gedeeld worden: IN-DCC. Rombouts is medevoorzitter van dit DCC-implementatienetwerk." IN-DCC organiseert drie soorten bijeenkomsten, meestal twee- à drie-maandelijks:

  • Voor coördinatoren van DCC’s, om informatie te delen en te zien waar kansen liggen voor samenwerking.
  • Grotere bijeenkomsten over meer operationele onderwerpen, zoals koppelingen tussen helpdesksystemen. Daar schuiven ook betrokken datastewards en beleidsmakers aan.
  • Kerngroepsessies om de agenda te bepalen voor IN-DCC. Met vertegenwoordigers van de UMC’s, het hbo, de drie grote onderzoeksdomeinen, SURF, LCRDM en dergelijke. In hun sessies worden behoeften en activiteiten van de achterbannen uitgewisseld.
“Deskundigheid in databeheer is schaars, dus moeten we een heleboel mensen opleiden.”
Jeroen Rombouts, Erasmus Universiteit Rotterdam

Acties slaan aan: DCC Spring Training Days en een liaison-officer

IN-DCC kwam met het initiatief voor de populaire ‘DCC Spring Training Days’ bij SURF voor datastewards en onderzoekers. “Deskundigheid in databeheer is schaars, dus moeten we een heleboel mensen opleiden”, verklaart Rombouts.

Een andere acties is een ‘liaison-officer’ die een ronde maakt langs de DCC’s om gedeelde prioriteiten en uitdagingen in kaart te brengen en te vertalen naar een gezamenlijke visie en strategie. “En waar mogelijk instellingen te koppelen.” Dat gaat de komende twee jaar gebeuren.

Mooie resultaten

Uit de projecten van 2023 komen inmiddels ook al mooie resultaten. Om alvast een tip van de sluier op te lichten, noemen we het project Yoda Toolkit. Yoda is een opensource-applicatie, ontwikkeld door de Universiteit Utrecht. De applicatie was zo veelbelovend dat een aantal andere universiteiten, waaronder de VU, haar ook wilden gaan gebruiken. Vanuit die gezamenlijke behoefte is het Yoda Consortium opgezet en is vanuit de Digital Competence Centers een speciale toolkit ontwikkeld om stapsgewijs te helpen bij de implementatie.

De opensource-applicatie die de Universiteit Utrecht heeft ontwikkeld, was zo veelbelovend, dat andere universiteiten haar ook wilden gaan gebruiken.

Tot slot heeft Rombouts nog een advies voor de lezers van dit artikel: “Bij DCC’s zit veel kennis over de praktijk van RDM. Daar zouden we ook als beleidsmakers goed gebruik van kunnen maken.”

Twee voorbeelden: textmining en FAIR-bootcamp

Wat is er bereikt met de call-for-proposals van 2022? We nemen twee initiatieven onder de loep.

Textmining in Nederlandstalige medische tekst

Vijf van de zeven universitaire medische centra werkten samen aan dit project, zo vertelt Mark Snackey, product owner voor text mining en andere producten bij het UMC Utrecht. Een gespreksverslag van een ziekenhuisarts bestaat uit vrije tekst en staat vol jargon en afkortingen. Het UMC Utrecht ontwikkelde software om er toch gericht informatie uit te halen die niet alleen kan worden geanalyseerd, maar ook geanonimiseerd en gedeeld, conform de FAIR-principes. 

De software is open source. Dit maakte het mogelijk om de tools in samenspraak aan te passen aan de behoeften van de andere ziekenhuizen. Daarbij bleek dat de benodigde expertise schaars is binnen UMC’s. Een andere horde was het opzetten van het consortium. Snackey: “We moesten documenten opstellen die vervolgens overal moesten worden bestudeerd en ondertekend.” 

Aan het eind van het jaar was de software bij alle deelnemers naar tevredenheid geïmplementeerd en vaak ook al beproefd op testcasussen. Niet alleen door de vier consortiumleden – Utrecht, Rotterdam, Nijmegen en Groningen – maar ook door Amsterdam. Leiden is inmiddels ook geïnteresseerd. Snackey: “Het is een niche, dus samenwerking is de enige manier om vooruit te komen.”  

Bootcamps: Towards Circular Science

Nog een voorbeeld is een pilot van de Universiteit Maastricht. “Er bestaan allerlei boeken over het begrip FAIR”, zegt Pedro Hernández, coördinator data-stewardshipdiensten. “Maar die zijn vooral theoretisch van aard. Onderzoekers die hun data FAIR moeten maken, willen volgens mij liever concrete voorbeelden zien.” 

Die staan dan ook centraal in het cursusboek dat Hernández en zijn collega’s ontwikkelden.“Cursisten moeten zichzelf een beeld vormen van wat FAIR betekent. Met name de I van interoperabiliteit.” Het proces beslaat een week. “In ons test-bootcamp kon iedereen goed vertellen wat interoperabiliteit inhoudt”, stelt Hernández tevreden vast. 

Het cursusboek wordt inmiddels ook al gebruikt door medewerkers van andere universiteiten. Iedereen mag het onbeperkt aanpassen, want het is gebaseerd op de opensource-library. Hernández vindt de principes achter FAIR niet ingewikkeld. Volgens hem lijken ze sterk op SEO: de technieken om hoog in de Google-ranking te komen. “Je werk moet gewoon goed vindbaar en bruikbaar zijn. Want anders zou het net zo goed niet kunnen bestaan.“

Tekst: Aad van de Wijngaart

'Digital Competence Centers laten instellingen intensiever samenwerken' is een artikel van SURF Magazine.

Terug naar SURF Magazine

Vragen naar aanleiding van dit artikel? Mail naar magazine@surf.nl.