Ana Verbanescu op een trap
Computing

WTR-lid Ana Varbanescu verandert de wereld in kleine stapjes

Als nieuw lid van de Wetenschappelijk Technische Raad (WTR), blikt Ana Varbanescu terug op haar verhuizing van Roemenië naar Nederland. Nu zij volledig is ingeburgerd, werkt Ana vol overgave aan een betere wereld voor toekomstige generaties.

Slippery slangenspel

“Mijn eerste computer was een aMIC, een microcomputer van Roemeense makelij gebaseerd op modellen uit het Oostblok. Daarna kreeg ik een HC-85, een kloon van de ZX Spectrum. Het waren heel beperkte machines, maar ik vond het erg leuk om ze te programmeren. Dat ik dingen in een virtuele wereld kon laten gebeuren, fascineerde mij. Zo bouwde ik met mijn vader een versie van het beroemde ‘Slippery’ slangenspel in BASIC. Omdat ik op school vrij goed was in wiskunde en technische onderwerpen, voelde programmeren voor mij als een tweede natuur. Concreter dan wiskunde, maar nog steeds even precies. Naarmate ik ouder werd, raakte ik geïnteresseerd in hoe computers worden gebouwd. Voor een van de vakken die ik later zou geven, ontwierp ik een opdracht voor mijn studenten om een klein computersysteem te bouwen en te programmeren, om daarmee een speelgoedauto op afstand te besturen. Dat was fascinerend om te doen. Ik zag mijn eigen, prille fascinatie terug in het plezier van de studenten.

"Wetenschap zit in mijn DNA"

Tijdens mijn studie Informatica in Roemenië ontmoette ik een aantal zeer inspirerende mensen met allemaal een verschillende kijk op het vak, zoals professor Nicolae Tapus en Irina Athanasiu. Het waren heel verschillende karakters, maar stuk voor stuk inspirerend in hun aanpak. Juist daarom vind ik de academische wereld zo fascinerend; vanwege de ietwat excentrieke mensen die er alles aan doen om hun interessante ideeën na te streven. En laten we niet vergeten dat mijn vader professor is, dus wetenschap zit in mijn DNA.

Naar Nederland

Het was de bedoeling dat ik mijn bachelorscriptie aan de TU Delft zou doen. Helaas werd mijn visum niet op tijd verwerkt, omdat er - zo werd gefluisterd - ‘verdachte activiteiten’ op de ambassade plaatsvonden. Dus moest ik in Roemenië aan mijn scriptie werken. Toen ik eindelijk mijn visum kreeg, was het al zomer. Wat een studiebezoek had moeten zijn, werd een drie maanden durend ‘onderzoeksbezoek’ aan Nederland, waar iedereen op dat moment op vakantie was. Gelukkig werden een collega en ik heel gastvrij door prof. Sorin Cotofana van de TU Delft ontvangen en kregen we een klein onderzoeksonderwerp. We brachten veel dagen op de campus door, maar hebben ook van Nederland kunnen genieten. Ik vond het hier geweldig.

Met hulp van een Erasmusbeurs besloot ik terug te komen voor een masterscriptie aan de TU Delft. Dat lukte, maar nadat ik eenmaal was afgestudeerd, besloot ik toch terug te gaan naar Roemenië. Ik begon aan een deeltijd PhD en werkte parttime als docent, met het plan om alle problemen in het Roemeense hogeronderwijssysteem op te lossen. Althans, dat hoopte ik.

Ana Verbanescu leunend op een rood kunstwerk buiten

Omdat ik 40 uur per week lesgaf, verdronk ik al snel in het werk. Officieel was ik nog steeds parttime promovendus, maar in werkelijkheid had ik simpelweg geen tijd voor onderzoek. Zo bleek maar dat ‘het veranderen van de wereld’ een fulltime baan is. Na een paar jaar kreeg ik het gevoel vast te zitten; ik kwam op geen enkele manier meer vooruit. In Roemenië kon ik het verschil niet maken en vond dat ik eerst mezelf moest verbeteren en meer kennis nodig had voordat ik de wereld kon veranderen. Op 1 januari 2004 trof ik een vacature voor een PhD aan de TU Delft in mijn mail aan. In een opwelling solliciteerde ik nog diezelfde dag.

Ik werd aangenomen en begon in september in Delft aan mijn PhD. Het was niet moeilijk om me aan de Nederlandse cultuur aan te passen. Natuurlijk waren er verschillen met mijn geboorteland. In Roemenië draait alles om de juiste connecties, alleen daarmee krijg je er iets gedaan. Als mensen je aardig vinden, verzetten ze bergen om je te helpen. Maar als ze je niet mogen, gebeurt er niets. Nederlanders vertrouwen meer op procedures dan op persoonlijke relaties. Neem het postkantoor. In Roemenië sta je in de rij, praat je met een medewerker en hoop je dat die je uiteindelijk de juiste frankering of het juiste formulier geeft. In Nederland krijg je een nummer en wacht je op je beurt. Je hoeft geen vrienden te worden met de postkantoormedewerker om hulp te krijgen.

Wat mij vooral aanspreekt in Nederland, is de aandacht voor persoonlijke interesses en welzijn. Nederlanders besteden veel tijd aan hun eigen ontwikkeling en streven naar de juiste balans tussen werk en vrije tijd. Als ik daarentegen naar de Roemeense samenleving kijk, dan stemt mij dat niet vrolijk. Mijn land verschuift naar het Amerikaanse model, met groeiende spanningen en een groeiende kloof tussen arm en rijk. Dat wekt wrevel. Het leidt tot een gebroken samenleving en uitgebreide corruptie. We zijn een democratie. Mensen stemmen. Er is een functionerend politiek systeem en een functionerend land, maar er is nog een lange weg te gaan om uit te vinden hoe we met de nieuwe realiteit moeten omgaan. Het is een frustrerend, langzaam proces.

Complexe uitdaging

Op dit moment werk ik bij Universiteit Twente. Daarnaast ben ik voor ongeveer een dag per week te gast op de Universiteit van Amsterdam omdat ik daar nog een paar promovendi heb. In Twente is het vakgebied breder en gebaseerd op grootschalige gedistribueerde systemen, het zogenaamde ‘computing continuum’. Ik ben nu voorzitter van een groep die Computer Architecture for Embedded Systems heet, maar mijn onderzoek richt zich meer op architectuur dan op de ‘embedded’ kant. Ik noem mezelf het liefst een ‘performance engineer’ en richt me op de prestatie en energie-efficiëntiemodellen van computersystemen. Het doel is om systemen en applicaties te modelleren, zodat ik voorspellingen kan doen over hun niet-functionele gedrag.

“Mijn boodschap is: ik zorg ervoor dat al onze computers zo min mogelijk afval produceren”

Tegen mensen die niet bekend zijn met IT zei ik altijd: ik zorg ervoor dat jouw applicaties sneller draaien. Recentelijk is de focus in mijn werk meer verschoven naar energie-efficiëntie en duurzaamheid. Nu is mijn boodschap: ik zorg ervoor dat al onze computers zo min mogelijk afval produceren.

De behoefte aan digitale diensten blijft groeien en we denken voortdurend na over de volgende generatie supercomputers. Tegelijkertijd hebben we te maken met torenhoge energierekeningen. Het is een uiterst complexe uitdaging om een land, regio en continent te verduurzamen op het gebied van ict. Hier wordt flink over gedebatteerd. De Europese Unie heeft haar eigen verhaal - de Europese Green Deal - en dat geldt ook voor de nationale overheid, de verschillende duurzaamheidscoalities en instellingen als TNO. Iedereen bekijkt de problematiek vanuit verschillende perspectieven en invalshoeken. 

Bewustzijn vergroten

Ik geloof vooral dat alle kleine beetjes helpen. De eerste stap is bewustwording. Mensen realiseren zich niet wat er allemaal gebeurt als ze hun telefoon gebruiken, online zijn of in slaap vallen met Netflix aan. Al deze dingen verbruiken energie. Het gaat niet alleen om het stroomverbruik van de tv, maar ook om het streamen van gegevens via een server door het hele netwerksysteem, zodat die tv het kan uitzenden. Er is nog veel voor te lichten over hoe we onze voetafdruk kunnen verkleinen. En dat begint bij computerwetenschappers zoals ik. Met tools, statistieken en labels kunnen we het bewustzijn vergroten op een manier die iedereen begrijpt.

Ana Verbanescu staand achter computer

"In Roemenië draait alles om de juiste connecties, alleen daarmee krijg je er iets gedaan. Als mensen je aardig vinden, verzetten ze bergen om je te helpen. Maar als ze je niet mogen, gebeurt er niets. Nederlanders vertrouwen meer op procedures."

Het gaat hierbij niet alleen om de kosten. Je kunt een datacenter naar IJsland verhuizen omdat de energie daar goedkoper is, maar dat betekent niet dat je opeens minder energie verbruikt. Het betekent ook niet dat je meer kunt verspillen omdat het goedkoper is. Elk stapje telt, want energie is een gemeenschappelijke en beperkte bron. 

“Computerwetenschappers en digitale dienstverleners zijn het aan onze samenleving verplicht om transparant te zijn over energieverspilling door ict”

Ook is er voorlichting nodig in de onderzoeksgemeenschap. Niet alleen bij de gebruikers van supercomputers, maar ook bij bijvoorbeeld programmeurs. Voor hen maakt het niet uit dat hun code twintig keer langzamer draait. Voor ons maakt dat wel degelijk uit, want twintig keer langzamer betekent twintig keer meer energieverspilling. We missen de methoden, tools en benchmarks om deze verspilling zichtbaar en concreet te maken. En manieren om die code minder verspillend te maken. ‘Transparantie’ is het woord dat TNO hiervoor gebruikt; we hebben meer transparantie nodig over de verspilling in ict. Computerwetenschappers en digitale dienstverleners zijn het aan onze samenleving verplicht om te zeggen: ‘Oké, hier zijn de cijfers en dit zijn de gevolgen.’ Alleen dan kunnen we weloverwogen keuzes maken. Daarom moeten we investeren in transparantie. Hopelijk kan iemand uitzoeken hoe dit moet, want ik ben geen socioloog.

Het grotere plaatje

Tot nu toe heb ik best een goede carrière en ik ben blij dat ik wereldwijd met veel studenten werk. Zij kennen mij om wat ik doe en wie ik ben. Ik word uitgenodigd voor conferenties en ontmoet mensen die naar mijn mening vragen. Ondanks mijn migratieachtergrond is het me gelukt om deel uit te maken van de Nederlandse academische wereld. Daar ben ik blij mee en ik hoop dat de groep die ik iets meer dan een jaar geleden heb overgenomen, blijft bijdragen aan relevant internationaal onderzoek.

Ana Verbanescu aan tafel, gefotografeerd door de bladeren van een plant heen

"Er is nog veel te doen, maar ik ontmoet veel jonge mensen die met mij de wereld willen veranderen. Ik hoop dat zij me altijd blijven inspireren.”

Als we naar het grotere plaatje kijken, denk ik dat de digitalisering doorzet. In de constante stroom aan nieuwe digitale diensten moeten we uitzoeken hoe we met duurzaamheid omgaan. Dat moet onze prioriteit zijn. Het bouwen van een eerlijke en betere digitale wereld is best moeilijk, maar we bewegen in de goede richting. In de EU beschikken we gelukkig over de specialisten, het geld en de infrastructuur om aan een digitale samenleving te werken die de wereld ten goede verandert. Er is nog veel te doen, maar ik ontmoet veel jonge mensen die met mij de wereld willen veranderen. Ik hoop dat zij me altijd blijven inspireren.”

Wat is de Wetenschappelijk Technische Raad (WTR)?

De Wetenschappelijk Technische Raad (WTR) is een onafhankelijk adviesorgaan die SURF en zijn leden gevraagd en ongevraagd adviseert over strategische, wetenschappelijke en technische vraagstukken van de coöperatie.

Eerder dit jaar volgde Ana Varbanescu professor Henk Sips (haar promotor) op als lid van de WTR. “Een externe mening is erg nuttig en zinvol. Het is interessant om van buitenaf te zien hoe de processen binnen een organisatie werken. Onlangs hebben we de SURF-strategie geëvalueerd. Uit die evaluatie volgen aanbevelingen en een algemeen advies van de WTR. SURF mag dit advies negeren of gebruiken zoals ze het zelf passend vinden, maar richting de leden is het wel sterker als de WTR het verhaal van SURF ondersteunt.”

Tekst: Edwin Ammerlaan
Foto's: Sicco van Grieken

Interesse in meer persoonlijke verhalen over de impact van onze innovaties?

 Bekijk alle SURF Story's

Dit artikel is relevant tot