Gedeelde infrastructuur voor kennisportalen
10 vragen over het Content eXchange Platform
Hoe kunnen we de technische infrastructuur achter kennisportalen efficiënter ontwikkelen en beheren? De pilot Content eXchange Platform (CXP) is een mogelijk antwoord. Waarom is deze pilot belangrijk en hoe bereid je jouw instelling voor op een eigen kennis- of contentportaal?
1. Wat is het Content eXchange Platform?
Het Content eXchange Platform voorziet in de techniek achter kennis- en contentportalen. Het verzamelt bijvoorbeeld kennisproducten uit vertrouwde bronsystemen op een centrale plek en verrijkt deze door services als indexering, catalogisering en beoordeling.
SURF- en Npuls portalen als Publinova en de XR-kennisbank gebruiken het CXP, maar het platform biedt straks, als de leden toestemmen, ook ruimte voor individuele instellingen om binnen bepaalde kaders hun eigen portaal te bouwen.
2. Wat zijn de voordelen van het CXP voor mijn instelling?
Met het CXP houdt je instelling beter zicht, grip en regie op haar portalen, terwijl ieder portaal wel zijn eigen doel kan dienen, bijvoorbeeld als etalage of marketinginstrument.
In de toekomst moet het zo ook laagdrempeliger worden om tijdelijke portalen op te zetten, bijvoorbeeld voor docenten die rond een bepaald programma samenwerken. Nu blijven zulke websites na afloop soms ergens zweven of ontstaan er binnen één instelling allerlei losse websites.
Je hoeft als instelling bijvoorbeeld ook geen eigen webbouwer in te schakelen; je kan gebruikmaken van de bestaande technische bouwstenen van het CXP.
3. Wat was de aanleiding voor het ontwikkelen van het CXP?
We zagen dat er veel portalen waren die voor een groot deel dezelfde functionaliteiten nodig hadden. Denk aan zoeken, het maken van previews en het toevoegen van reviews. Ieder portaal had zijn eigen technische infrastructuur, waardoor het wiel vaak opnieuw uitgevonden werd. Dat is natuurlijk niet efficiënt.
Met de pilot CXP zijn we aan het onderzoeken hoe we een technische infrastructuur kunnen maken waar al deze portalen op voort kunnen bouwen. Behalve de kostenbesparing en efficiëntieslag geeft ons dit ook de kans om de portalen gezamenlijk door te ontwikkelen. Zo profiteren meerdere portalen van één investering.
4. Hoe is het delen van materiaal geregeld in het CXP?
Het uploaden van materiaal hoeft maar één keer. Vervolgens kan je als instelling kiezen onder welke voorwaarden en met welke labels de content gedeeld wordt en met welke portalen. Zo kan een onderzoeker bijvoorbeeld zijn publicatie tegelijkertijd op het portaal van de eigen instelling als op dat van op Publinova zetten.
5. Maakt het CXP ook gebruik van andere SURF-diensten?
We kijken zoveel mogelijk naar welke functionaliteiten al binnen SURF beschikbaar zijn, zodat we die niet opnieuw hoeven te ontwikkelen. Het uitgangspunt is: één functionaliteit ontwikkelen en die vervolgens op meerdere plekken gebruiken.
Voor de opslag van kennisproducten maken we bijvoorbeeld gebruik van SURFsharekit. Ook voor zaken als authenticatie en autorisatie sluiten we aan op bestaande voorzieningen zoals eduID.
Het CXP vervangt die diensten dus niet, maar verbindt ze en vult ze aan waar dat nodig is. Zo voorkomen we ook binnen SURF dat dezelfde functionaliteit op verschillende plekken opnieuw wordt ontwikkeld.
Qua architectuur liggen HOSA en MOSA aan de basis van het platform.
6. Wat betekent het CXP voor de samenwerking tussen instellingen?
Vooral dat het delen van kennis en content makkelijker wordt. Een eigen portaal bouwen wordt makkelijker, maar je deelt ook makkelijker en sneller je materiaal met bestaande portalen.
7. Hoe draagt het CXP bij aan onze autonomie?
Door samen te investeren in deze techniek zijn we minder afhankelijk van externe leveranciers. Zo houden we meer grip op het delen van kennis.
8. Hoe bereid ik mijn instelling voor op een eigen kennisportaal op basis van het CXP?
Bedenk eerst wat je als instelling met een portaal wilt bereiken. De onderwijskundige kant moet daarbij echt het startpunt zijn. Wat wil je delen, met wie en met welk doel? Hoe wil je dat gebruikers het aanbod kunnen doorzoeken? Kortom: wat wil je zichtbaar maken? Betrek bij dit proces ook je bibliotheek en eventueel teams op het gebied van contentcreatie.
Bij dit proces kun je ondersteuning krijgen. De experts van het adoptieteam van Npuls helpen je graag met het identificeren van doelstellingen en het meedenken over processen. Zo zorg je ervoor dat het portaal echt bijdraagt aan je onderwijs, goed opgepakt wordt door de gebruikers en blijft functioneren.
9. Hoe gaat de technische implementatie van het CXP?
De eerste stap is het ontsluiten van de systemen waarin de kennisproducten staan, zoals een repository, digitale leeromgeving of videoplatform. Deze systemen moeten voldoen aan de nationale en internationale standaarden waarmee het CXP werkt.
Zo kan het platform de kennisproducten en bijbehorende metadata ophalen, indexeren en doorgeven aan het portaal. Daarnaast bepalen we welke microservices en generieke front-endcomponenten het portaal nodig heeft, bijvoorbeeld voor zoeken, filteren, previews of statistieken. Omdat deze onderdelen al binnen het CXP beschikbaar zijn, hoeft de instelling niet zelf een volledig nieuwe technische infrastructuur te laten ontwikkelen.
10. Vanaf wanneer is het CXP als dienst beschikbaar?
Als de leden akkoord gaan, streven we naar een officiële lancering van het CXP als dienst in de loop van 2028.