Expositie: Verleden onderwijs

Maak een reis door het verleden, het heden en de toekomst van het onderwijs met de tentoonstelling Future Campus. In het gedeelte ‘Verleden’ ontdek je hoe het onderwijs zich van 1350 tot gisteren heeft ontwikkeld. Aan de hand van historische voorbeelden zie je hoe leren, lesgeven en de campusomgeving door de eeuwen heen zijn veranderd.

College aan de Universiteit van Bologna

College aan de universiteit van bologna ca. 1350

In de veertiende eeuw was Bologna een belangrijk centrum voor onderwijs en kennisoverdracht. De Universiteit van Bologna , één van de oudste universiteiten ter wereld, trok studenten en docenten uit heel Europa. Een bekende schildering van Laurentius de Voltolina laat zien hoe een college er in die tijd uitzag.

Lees meer

De docent staat achter een lessenaar en leest voor uit zijn tekst. Studenten luisteren mee. Sommigen volgen het college aandachtig, anderen lijken afgeleid. Een paar studenten zijn zelfs in slaap gevallen. Het is een scène die verrassend herkenbaar is. Want ook vandaag delen docenten kennis met studenten in collegezalen, fysiek of online. Studenten luisteren, stellen vragen, maken aantekeningen of dwalen soms even af.

De schildering laat zien dat de kern van onderwijs al eeuwen hetzelfde is. Technologie en onderwijsvormen veranderen, maar het gezamenlijke leerproces blijft. Sommige dingen blijken universeel en onveranderd. 

Zaal in de voormalige Faliede Bagijnkerk

zaal in de voormalige faliede bagijnkerk

In het begin van de 17e eeuw was de Faliede Bagijnkerk, gelegen aan het huidige Rapenburg 70 te Leiden, niet alleen een plek van religie maar ook een centrum van kennis. Binnen deze muren werd de allereerste Nederlandse ingenieursschool opgericht: de School voor Nederduytsche Mathematique. Deze opleiding, opgericht in 1600 aan de Universiteit van Leiden, richtte zich op de opleiding van militair ingenieurs en vestingbouwers.

Lees meer

De opleiding werd gesticht door prins Maurits, op advies van Simon Stevin, en was in die tijd een uniek initiatief in Europa. De oprichting vond plaats tijdens de Tachtigjarige Oorlog, een periode waarin de Republiek haar positie begon te versterken. Maurits zocht, na verschillende militaire successen, naar een meer wetenschappelijke benadering van oorlogsvoering en wederopbouw. De ingenieursopleiding vormde een belangrijke stap in die richting. In de kerkzaal gaf Ludolph van Ceulen, een van de eerste lectoren van de school, les in onder meer rekenkunde, landmeetkunde en vestingbouw. Volgens overleveringen werden er ook schermlessen gegeven. Het onderwijs was daarmee niet alleen theoretisch, maar combineerde technische kennis met militaire training.

Hoewel de opleiding in de loop van de tijd verschillende veranderingen heeft doorgemaakt, vormt zij een belangrijk hoofdstuk in de geschiedenis van het technisch en hoger onderwijs in Nederland. Ze legde mede de basis voor de latere ontwikkeling van technische universiteiten.

De dorpsschool - Jan Steen

de dorpsschool - jan steen

Het schilderij "De dorpsschool" van Jan Steen biedt een inkijk in het onderwijs van de zeventiende eeuw. In dit tafereel zien we hoe jongens en meisjes van verschillende leeftijden samen in één ruimte leren. Het toont geen modern schoolgebouw zoals we dat nu kennen, maar om een informele omgeving zoals een schuur of stal, wat gebruikelijk was in die periode.

Lees meer

Opvallend is dat er in deze tijd nog geen sprake was van klassikaal onderwijs. In plaats daarvan gaf de meester individueel taken aan elke leerling, die later op de dag individueel werden nagekeken bij zijn lessenaar. Het onderwijs was gefocust op basisvaardigheden zoals lezen en schrijven, met rekenen als een optioneel en duurder vak. De methoden om te leren lezen waren rudimentair. Met behulp van het ABC-plankje of Hornbook, bijvoorbeeld, werd het woord 'stoel' geleerd als es-tee-oo-ee-el, wat het leerproces aanzienlijk verlengde.
Het schilderij belicht ook de waardering van het schrijfonderwijs als een kunstvorm. Schrijven gebeurde met een ganzenveer, en door de hoge kosten van veren en papier oefenden leerlingen eerst op een lei met een griffel. Rekenen was destijds nog geen standaard vak en werd pas vanaf de achttiende eeuw geleidelijk meer geïntroduceerd.
 
De achtergrond van dit beeld kan niet los worden gezien van de grotere maatschappelijke veranderingen van die tijd. Door een toename in bevolking en handel begonnen mensen meer waarde te hechten aan praktische vaardigheden. Er ontstond een verschuiving van religieuze studie naar praktische kennis zoals het schrijven van brieven en het leren van vreemde talen. Dit werd versterkt door stromingen zoals het Humanisme en de Reformatie, die pleitten voor vernieuwingen in het onderwijs, zoals het onderwijzen van meisjes en het stimuleren van onderwijs door de overheid.

De Kloveniersburgwal met het Bushuis

De Kloveniersburgwal met het Bushuis

In het hart van Amsterdam, aan de Kloveniersburgwal, stond in de 17e eeuw een imposant bouwwerk: het Bushuis. Dit gebouw, oorspronkelijk opgericht rond 1550 als geschutsmagazijn van de stad, werd snel een cruciaal onderdeel van de stadsgeschiedenis. 

Lees meer

In 1603, enkele decennia na de bouw, huurde de pas opgerichte VOC een deel van het Bushuis voor de opslag van goederen. Al snel werd het hele gebouw in gebruik genomen. De schutterij, die oorspronkelijk in het Bushuis was gehuisvest, verhuisde naar de Singel. Kort daarna, in 1604, begon de bouw van het Oost-Indisch Huis naast het Bushuis. Dit gebouw, ontworpen door stadsarchitect Hendrick de Keyser, werd in 1606 in gebruik genomen. In de stijl van de Hollandse Renaissance kreeg het pand zandstenen banden, ornamenten en een balustrade op de topgevel. Hier vergaderden de Heeren XVII, het centrale bestuursorgaan van de VOC.

Door de eeuwen heen zijn het Bushuis en het Oost-Indisch Huis belangrijke plekken geweest in Amsterdam: eerst voor handel en bestuur, en later ook als plaatsen waar wordt gereflecteerd op het koloniale verleden van Nederland. Tegenwoordig maken de gebouwen deel uit van de Universiteit van Amsterdam en huisvesten ze de Faculteit der Geesteswetenschappen.

Scholars at a Lecture - William Hogarth's 1736 engraving

Scholars at a Lecture - William Hogarth's 1736 engraving

De kunst van het geven van lezingen heeft een lange en rijke geschiedenis, die zelfs teruggaat tot vóór de moderne academische instellingen. Deze gravure van William Hogarth uit 1736, getiteld "Scholars at a Lecture", biedt een interessant inzicht in een lezing in het verleden. Terwijl een spreker op de voorgrond zijn kennis deelt, worden allerlei reacties van het publiek afgebeeld – sommigen lijken geboeid, terwijl anderen ongeïnteresseerd of zelfs slaperig zijn. Dit beeld is tekenend voor het eeuwenoude debat over de effectiviteit van lezingen als onderwijsmethode.

Lees meer

Lezingen zijn altijd een manier om kennis en ideeën over te dragen, van de middeleeuwse universiteiten waar instructeurs uit originele bronnen voorlazen, tot moderne collegezalen waar multimedia-presentaties vaak worden gebruikt. Maar zoals de gravure suggereert, heeft de methode van het geven van lezingen ook altijd uitdagingen gekend, met name in het vasthouden van de aandacht van het publiek en het waarborgen van effectieve kennisoverdracht.

Deze gravure herinnert ons eraan dat, hoewel de methoden en hulpmiddelen van onderwijs in de loop der tijd zijn geëvolueerd, de kernuitdagingen en doelen – het delen van kennis en het inspireren van studenten – constant blijven. Het roept ook de vraag op: hoe zullen lezingen en campussen zich in de toekomst verder ontwikkelen, en welke vormen van onderwijs zullen het meest effectief blijken in de context van 2040?

Vooraanzicht Rijks Hogere Burgerschool (H.B.S.)

Vooraanzicht Rijks Hogere Burgerschool (H.B.S.)

De Hogere Burgerschool (H.B.S.) was een prominent onderdeel van het Nederlandse voortgezet onderwijs. Geïntroduceerd met de Wet op het middelbaar onderwijs van 1863, bedacht door Johan Rudolph Thorbecke, was het doel van de H.B.S. om jongeren uit de burgerij een brede, algemene ontwikkeling en maatschappelijk relevante kennis te bieden. De scholen waren gericht op het voorbereiden van studenten voor 'hogere' posities in handel en industrie. Het onderwijsaanbod was veelzijdig: van boekhouden en handelskennis tot moderne talen en exacte wetenschappen.

Lees meer

Dit beeld toont het vooraanzicht van de Rijks H.B.S., waar een groep mensen voor de school poseert. Diverse steden in Nederland, van Groningen tot Vlissingen, hadden hun eigen Rijks-HBS'en. Dit laat het belang en de populariteit goed zien van deze onderwijsinstellingen. Tot de invoering van de Mammoetwet in 1968, waarmee de H.B.S. plaats maakte voor de havo en het vwo, vormde deze school een hoeksteen van het Nederlandse onderwijssysteem.
 
Dit beeld, samen met de achterliggende geschiedenis, biedt een fascinerende kijk op de evolutie van onderwijs en de fysieke ruimtes waarin leren plaatsvond. Het roept vragen op over hoe onderwijsinstellingen zich zullen blijven ontwikkelen in de toekomst en hoe toekomstige campussen eruit zouden kunnen zien.

Bijeenkomst in de Lorentzzaal, Universiteit Leiden

Bijeenkomst in de Lorentzzaal, Universiteit Leiden

De Lorentzzaal aan de Universiteit Leiden heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de vroegste dagen van de moderne natuurkunde. De foto toont een gedenkwaardige bijeenkomst op 11 juni 1927, waarbij een professor zijn publiek vergastte tijdens een demonstratie van het in vaste toestand brengen van helium. Deze prestatie was niet alleen een mijlpaal in de wetenschap, maar ook een weerspiegeling van de geest van ontdekking en nieuwsgierigheid die de universiteit in die tijd kenmerkte.

Lees meer

De zaal, die door de jaren heen het toneel is geweest van baanbrekende experimenten en demonstraties door beroemde professoren zoals Ehrenfest, Kamerlingh Onnes, Lorentz en zelfs Einstein, dient tegenwoordig als collegezaal voor rechtenstudenten. De natuurkundige instrumenten die prominent op de voorgrond van de foto te zien zijn, werden later overgebracht naar het Bio Science Park en Museum Boerhaave.

Tijdens de restauratie in 2004 werd de Lorentzzaal zorgvuldig gerestaureerd, waarbij men erin slaagde de grandeur en het historische belang van de ruimte te behouden. Deze foto biedt een blik op het verleden en toont de duurzame verbinding tussen wetenschap, onderwijs en de campus van de Universiteit Leiden. Het herinnert ons aan de voortdurende evolutie van academische ruimtes en hun rol in het vormen van de toekomstige generaties.

Stereoscoop: Venster naar de Wereld

stereoscoop; venster naar de wereld

De geschiedenis van virtuele realiteit gaat verder terug dan de VR-headsets van vandaag. Een van de eerste apparaten die een vergelijkbare ervaring mogelijk maakte, was de stereoscoop. Door via twee oculairs te kijken naar twee foto’s die vanuit licht verschillende hoeken waren genomen, ontstond een driedimensionaal beeld. Met dit instrument konden zowel volwassenen als kinderen een nieuwe manier van kijken ervaren. Het bood de mogelijkheid om plaatsen en beelden te verkennen zonder het huis of klaslokaal te verlaten.

Lees meer

De allereerste stereoscoop wordt toegeschreven aan Sir Charles Wheatstone en David Brewster, beiden actief in de vroege 19e eeuw. Deze toestellen, ook wel stereokijkers genoemd, groeiden snel uit tot een favoriet tijdverdrijf voor midden- en hogere klasse families in de late 19e en vroege 20e eeuw. Oliver Wendell Holmes ontwikkelde een vernieuwde handzame versie van de stereoscoop, die tussen 1881 en 1939 populair werd voor zowel thuis- als klasgebruik.
 
Dit stukje geschiedenis herinnert ons eraan dat de mens altijd heeft gestreefd naar manieren om de wereld te verkennen en te leren, zelfs vanuit de beslotenheid van de eigen omgeving. Het legt ook de basis voor de evolutie van de campus, waar technologie en leren hand in hand gaan.

Meisjes krijgen strijkles op de Amsterdamse Huishoudschool

meisjes krijgen strijkles op amsterdamse huishoudschool

Op de afbeelding zien we hoe jonge meisjes instructie krijgen in het strijken aan de Amsterdamse Huishoudschool. De scène stamt uit een periode waarin de vormingsklas een vast onderdeel was van het onderwijs voor meisjes in Nederland. Deze klas fungeerde vaak als voorbereiding op vervolgonderwijs, maar voor veel leerlingen was het ook het eindpunt van hun opleiding. In die tijd kregen veel meisjes van hun ouders geen mogelijkheid om verder te studeren, waardoor het onderwijs vooral was gericht op hun toekomstige rol als huisvrouw.

Lees meer

De vormingsklas was bedoeld voor meisjes met een diploma lager onderwijs en was vaak verbonden aan een huishoudschool. In deze klas leerden zij verschillende huishoudelijke vaardigheden, zoals voedingsleer, strijken, het bijhouden van een huishoudboekje en basiskennis van EHBO.

Hoewel de vormingsklas al in de jaren 1920 ontstond, veranderde het programma in de loop der tijd. Zelfs meisjes die bijvoorbeeld lerares wilden worden, moesten deze opleiding vaak eerst volgen. Naarmate de jaren vorderden verschoof de nadruk echter geleidelijk en kwamen naast praktische vaardigheden ook meer theoretische vakken in het onderwijsprogramma. De afbeelding en het bijbehorende verhaal geven daarmee een inkijk in de onderwijspraktijk en de genderrollen van die periode, en laten zien hoe deze in de loop van de tijd zijn veranderd.

Praktijklessen aan de Lagere Technische School gelegen aan Steeg 9

praktijklessen lts

In de jaren '60 en '70 kende Nederland de Lagere Technische School (LTS), de voorloper van wat we nu kennen als de technische route binnen VMBO. Afkomstig van de oorspronkelijke ambachtsscholen, werd de naam rond 1960 veranderd in de LTS.

Lees meer

De LTS kende twee hoofdstromingen: een praktijkgerichte (P-stroom) en een theoriegerichte (T-stroom). De P-stroom bereidde leerlingen voor op directe toetreding tot de arbeidsmarkt, terwijl de T-stroom een basis bood voor verdere studie, bijvoorbeeld aan de Middelbare Technische School (MTS). Praktijklokalen voor hout-, metaal- en elektrotechniek vormden het hart van het onderwijs.

De LTS aan de Steeg 9 in Schijndel, geopend in 1969, was een belangrijke plek voor technisch onderwijs in de regio. Door ruimtegebrek werden houten bijgebouwen geplaatst en werd ook het voormalige gebouw van de St. Jozefschool gebruikt. Het onderwijs sloot nauw aan op de behoeften van de lokale industrie.

Tot 1977 waren LTS-scholen voornamelijk voor jongens, maar onder invloed van de vrouwenemancipatie veranderde dat geleidelijk. In 1999 ging de LTS op in het VMBO, waarmee het oorspronkelijke systeem verdween. De foto van de praktijklessen herinnert aan een tijd waarin praktische vaardigheden centraal stonden in het technisch onderwijs.

Dr. Meurerhuis Hogeschool van Amsterdam – Oud en nieuw

Dr. Meurerhuis Hogeschool van Amsterdam

Het Dr. Meurerhuis, centraal gelegen in het uitgestrekte sportpark Ookmeer, biedt een unieke combinatie van historie en hedendaagse dynamiek. Waar ooit een waterplas in de Osdorper Binnenpolder lag, bevindt zich nu een sportieve hub voor studenten en atleten. Na drooglegging in 1874 veranderde de polder naar een sportparadijs met voetbalvelden, tennisbanen, hardlooproutes, beachvolleyball-velden, golfbanen en boogschietfaciliteiten.

Lees meer

Het in 2005 gebouwde Dr. Meurerhuis, vernoemd naar prominente Nederlandse sporters zoals de straten rondom het park, weerspiegelt de evolutie van het gebied. Binnen zijn muren verbergt het unieke kenmerken: de bijenkolonie die honing produceert, het geheime luik dat naar het ketelhuis leidt en de atletiekbanen die door het interieur slingeren, symbolisch voor het sportieve ethos van de instelling. Terwijl de wereld om het Meurerhuis heen snel verandert, blijft het gebouw een constante, herinnerend aan het verleden en met het oog gericht op de toekomst van sport en onderwijs.

Aula, Eromesmarko Archief

Aula, eromesmarko archief

De aula: een centrale ruimte van samenzijn en leren. De afgebeelde aula uit 1978, vastgelegd in het archief van Eromesmarko, herinnert ons aan de evolutie van deze bijzondere ruimte binnen onderwijsinstellingen.

Lees meer

De term 'aula' vindt zijn oorsprong in het oude Griekenland en betekende oorspronkelijk een ommuurde, lichte hofkamer van een huis. Door de eeuwen heen kreeg de aula diverse functies en betekenissen: van centrale woonruimte in Griekse hofhuizen tot representatieve zalen bij de Romeinen. Het woord vond ook zijn weg naar het christendom, waar het verwees naar het deel van de basiliek dat bestemd was voor leken. Uiteindelijk kreeg het in de wetenschappelijke context zijn huidige betekenis: een grote zaal of hal binnen universiteiten voor bijeenkomsten en ceremonieën.
 
Op de foto uit 1978 zien we een aula die kenmerkend is voor die periode, uitgerust met technische hulpmiddelen zoals borden, een overheadprojector en een pc met beamer. Het is een plek waar kennis wordt gedeeld en waar studenten samenkomen om te leren. De opstelling – met oplopende rijen stoelen en een podium – maakt de docent goed zichtbaar voor het publiek. Tegelijkertijd stuurt deze inrichting ook het gedrag: een spreker die het woord voert en een publiek dat luistert.
 
Binnen het thema 'campus' herinnert deze afbeelding ons aan de centrale rol die aula's hebben gespeeld in het academische leven. Ze vormden het hart van de campus, een plek van gemeenschap, leren en uitwisseling.

Computerlab, de toekomst van gisteren

computerlab uit 1978

In de binnenkant van een computerlaboratorium aan de Southeast Missouri State University, zien we de oorsprong van de digitale revolutie binnen het onderwijs. Elk terminal is voorzien van een “dot matrix printer”, een knipoog naar de technologie van die tijd.

Lees meer

Al lange tijd speelt het debat over digitale technologieën een rol in het onderwijs. Maar het ging niet alleen om het gebruik van technologie; het ging om het heroverwegen van onderwijs mét technologie. De digitale transformatie veranderde de manier waarop we met elkaar omgingen, leerden en onderwezen. Zoals Marshall McLuhan al in 1962 stelde: “Elke technologie creëert een nieuwe omgeving.”
 
Technologie is nooit neutraal geweest. Het vormt ons, net zoals wij het vormen. En wanneer we technologische objecten ontwerpen, stimuleren we bepaalde gedragingen en beperken we andere. In het verleden was onze grootste onderwijstechnologie het tekstboek. Maar zoals het computerlab uit 1986 laat zien, begon de relatie tussen onderwijs en technologie zich te ontwikkelen. Het lab symboliseert een vroege stap in het besef dat technologie ook een nieuwe leeromgeving kan creëren.
 
Het beeld herinnert aan een periode waarin de belofte van technologie in het onderwijs zichtbaar werd, maar ook aan de complexiteit van digitale integratie. Tegelijk nodigt het uit om technologie kritisch te blijven beschouwen en zowel de mogelijkheden als de beperkingen ervan te erkennen.

Prototype pc integratie met meubilair, archief Eromesmarko

prototype pc integratie met meubilair, eromesmarko achief

In de vroege jaren '90, toen computers nog een nieuw en opkomend fenomeen waren, was er een duidelijke behoefte aan integratie van technologie in onze dagelijkse leef- en werkruimten. Wat we hier zien, is een ambitieus streven naar die integratie: een prototype van een pc die naadloos wordt gecombineerd met meubilair, een project uit het archief van Eromesmarko.

Lees meer

Prototyping, een kernprincipe van Design Thinking, speelde hier een cruciale rol. Door een idee concreet vorm te geven, kunnen ontwerpers de haalbaarheid testen, verbeterpunten ontdekken en zo de kosten drukken die gepaard gaan met grootschalige productie. In dit specifieke geval werd er gekozen voor een zogenoemd “low fidelity prototype”, waardoor de nadruk lag op het testen van het algemene concept en de interactieve elementen van het meubelstuk.
 
Waarom is dit belangrijk in de context van een campus? Het toont de symbiose tussen meubelleveranciers en onderwijsinstellingen. Aan de ene kant vervullen leveranciers de technologische en ruimtelijke behoeften van campussen, en aan de andere kant zijn ze ook innovators, die nieuwe mogelijkheden introduceren en de grenzen van wat mogelijk is verleggen. Deze dynamiek brengt uitdagingen met zich mee, vooral als het gaat om samenwerking, maar het drijft ook vooruitgang en evolutie in de campusomgeving.
 
Terugkijkend op dit prototype uit 1990, krijgen we een inkijkje in hoe ver we zijn gekomen in het integreren van technologie in onze ruimtes en hoe cruciaal samenwerking is geweest in die reis. Het herinnert ons er ook aan dat de campus van de toekomst niet alleen wordt gevormd door de technologische vooruitgang, maar ook door de manier waarop we kiezen om die vooruitgang te omarmen en te integreren in onze dagelijkse leer- en werkervaringen.

Computertafel, Eromesmarko Archief

computertafel, eromesmarko achief

De computertafel is een voorbeeld van hoe technologische vooruitgang en veranderende werkmethoden samenkomen. Deze foto uit 2009, opnieuw afkomstig uit het archief van Eromesmarko, laat een moment zien in de ontwikkeling van de werkplek aan het begin van de 21e eeuw.

Lees meer

In de context van de campus is de computertafel een belangrijk onderdeel geworden van zowel de studie- als onderzoeksomgeving. Van grootschalige computerzalen met tientallen systemen tot compactere werkplekken voor individuele studenten en medewerkers: de computertafel ondersteunde de groeiende rol van digitale middelen in het onderwijs.

De afgebeelde computertafel uit 2009 laat kenmerken zien van het ergonomische ontwerp uit die periode, met voorzieningen zoals een verstelbare toetsenbordlade, ruimte voor handschrift en openingen voor kabelbeheer. Het ontwerp laat zien hoe functionaliteit, comfort en een overzichtelijke inrichting van technologische apparatuur samenkwamen.

Deze computertafel herinnert aan de snelle technologische ontwikkelingen en de veranderende behoeften van studenten en docenten. Tegelijk laat het zien hoe de fysieke leeromgeving zich blijft aanpassen aan nieuwe vormen van technologiegebruik op de campus.

Video’s uit de expositie

Deze archiefvideo’s geven een inkijkje in het onderwijs en studentenleven van vroeger. Van studentenhuisvesting tot technisch onderwijs: de beelden laten zien hoe onderwijs door de jaren heen veranderde.

Alle video's uit de expositie

1. Studentenleven op Uilenstede (1973)
Deze video laat het studentenleven zien op Uilenstede, het studentencomplex van de Vrije Universiteit aan de rand van Amsterdam. Studenten wonen er in gesubsidieerde kamers en delen voorzieningen zoals een wasserette, winkel, sporthal en café.

Bekijk de video op YouTube

2. Probleem der werkende student (1952)
Niet elke student kan zich volledig op studeren richten. In deze video zie je hoe studenten hun studiegeld verdienen met bijbanen, bijvoorbeeld als taxichauffeur, rondvaartgids of theaterondernemer.

Bekijk de video op YouTube

3. Mens en computer (1979)
Een tentoonstelling in het Museum voor het Onderwijs in Den Haag laat de ontwikkeling van computertechnologie zien, van telraam tot microcomputer. Het doel: studenten laten kennismaken met nieuwe digitale technologie.

Bekijk de video op YouTube

4. Trugkieke – De huishoudschool (2015)
Deze video kijkt terug op de huishoudschool, waar meisjes kook- en huishoudvaardigheden leerden. Ook zie je hoe dit type onderwijs zich heeft ontwikkeld tot het huidige vmbo.

Bekijk de video op YouTube

5. Christelijke Huishoudschool (jaren ’60)
Archiefbeelden van het dagelijks leven op een christelijke huishoudschool. Studenten volgen lessen en oefenen praktische vaardigheden die toen als essentieel werden gezien.

Bekijk de video op YouTube

6. De Nieuwe LTS
Deze documentaire gaat over het LTS-gebouw aan de Reeweg, een voormalige beroepsschool. De film vertelt de geschiedenis van het gebouw en laat zien welke rol technisch onderwijs speelde voor leerlingen.

Bekijk de video op YouTube

7. Ambachtsschool Hillevliet (circa 1970)
Een inkijkje in het onderwijs op een ambachtsschool. Studenten leren er praktische vaardigheden in verschillende ambachten en bereiden zich voor op een technisch beroep.

Bekijk de video op YouTube