Expositie: Heden onderwijs
Ontmoetingen staan centraal op campus TU Delft
De ultramoderne campus van de TU Delft biedt een inspirerende omgeving voor studenten en onderzoekers. Met de realisatie van nieuwe gebouwen, waaronder Echo, wil de universiteit ontmoetingen stimuleren, invulling geven aan haar duurzaamheidsambitie en zich voorbereiden op toekomstige generaties gebruikers.
Koen Kerstens
“De campusvisie 2040 van de TU Delft is ontstaan in overleg met studenten en medewerkers van de universiteit, maar ook met de gemeente Delft, omwonenden en bedrijven die op de campus gevestigd zijn”, legt Koen Kerstens uit. Hij is als manager Strategisch Portfoliomanagement nauw betrokken bij de ontwikkeling van het universiteitsterrein. “Hoewel we nooit met zekerheid kunnen zeggen hoe de toekomst eruit gaat zien, hebben we gezamenlijk vier thema’s vastgesteld die centraal staan bij de ontwikkeling van onze campus.”
Volledig duurzaam in 2030
Het eerste thema is dat de universiteit meer verbinding wil met de stad. “Dat betekent bijvoorbeeld dat we op de campus meer voorzieningen en studentenwoningen willen creëren. Het tweede thema dat hier nauw mee samenhangt is dat we ontmoetingen willen stimuleren. Ten derde moeten de verschillende gebouwen en het terrein aanpasbaar en adaptief zijn. Dat wil zeggen dat we een zekere flexibiliteit willen inbouwen om met toekomstige ontwikkelingen om te gaan. Het laatste thema dat centraal staat is duurzaamheid, want de TU Delft heeft de ambitie om in 2030 volledig CO2-neutraal en circulair te opereren. Daarom dient onze campus tegelijkertijd als living lab, een plek waar innovaties worden ontwikkeld en getest in een realistische omgeving. ”
Echo biedt ruimte voor samenwerken
Hoewel het online onderwijs tijdens de coronapandemie een vlucht nam, werd daardoor juist ook duidelijk hoe belangrijk het is om on campus te zijn. “Tijdens je studententijd maak je een grote sociale ontwikkeling door en fysieke contacten zijn daarbij onmisbaar”, legt Koen uit. “De TU Delft heeft daarom tien jaar geleden al besloten om het generieke onderwijs te centraliseren om zo het contact tussen de verschillende faculteiten te bevorderen. Dat zorgt bovendien voor efficiënter gebruik van ruimte waardoor we beter kunnen inspelen op de veranderende vraag van de verschillende faculteiten.”
“Met dit soort projecten mag je best ambitieus zijn”
Deze visie vertaalt zich ook in de realisatie van nieuwe gebouwen op de campus. In mei 2022 werd een gloednieuw gebouw in gebruik genomen met de naam Echo. Echo is een duurzaam, energieleverend (met zonnepanelen), interfacultair onderwijsgebouw. Het gebouw biedt ruimte voor onderwijs, debatten en zelfstudie, ruimte voor samenwerking en kantoorruimte. De horeca op de begane grond en de langere openingstijden faciliteren ontmoetingen tussen studenten, docenten en medewerkers.
Succesfactoren
Koen legt uit wat succesfactoren zijn om tot nieuwe innovatieve learning spaces te komen. “Het allerbelangrijkste is dat je toekomstige gebruikers laat meedenken en ze de kans geeft om input te geven. Verder zeg ik altijd dat je de lat net iets hoger moet leggen dan je normaal zou doen. Met dit soort projecten mag je best een beetje ambitieus zijn. En last but not least: stimuleer het gebruik van het gebouw als het er eenmaal staat. Zorg voor levendigheid en help docenten bij het gebruik van nieuwe technieken en IT-voorzieningen.”
“De kunst is om je te verplaatsen in gebruikers van de toekomst”
Heeft Koen nog tips voor andere onderwijsinstellingen die hun campus willen innoveren? “Ik merk dat toekomstige gebruikers die meedenken over het ontwerp van een nieuw gebouw, vaak uitgaan van het hier en nu. De kunst is om mensen zover te krijgen dat ze zich ook verplaatsen in de gebruikers van de toekomst.”
Lees meer op de website van de TU Delft
Tekst: Lyanneke Krauss
Aeres Hogeschool geeft natuur centrale plek op nieuwe campus
De stad laten leven, dat was het uitgangspunt bij het ontwerp van de nieuwe campus van Aeres Hogeschool. In september 2021 opende het gloednieuwe gebouw haar deuren op het floriadeterrein in Almere. In het ontwerp staan groen, gezondheid en duurzaamheid centraal, waardoor het gebouw de bijnaam de ‘groene long’ heeft.
Marije Harpe
Marije Harpe is hospitalitymedewerker bij Aeres Hogeschool en legt uit wat het gebouw zo bijzonder maakt. “De verstedelijking van Nederland zet door en juist daarom vonden wij het zo belangrijk om de natuur een centrale plek te geven binnen onze nieuwe campus. We willen laten zien hoe de groene, gezonde en duurzame stad van de toekomst eruit kan zien.” Resultaat is het groenste hogeschoolgebouw van Nederland dat helemaal klimaatneutraal is én waarin aandacht is voor het bevorderen van biodiversiteit.
“Voor creatief en innovatief denken is een actieve leerhouding essentieel”
“We beschikken over een grote groene gevel waar vleermuizenkasten, vogelhuisjes en insectenhotels hangen. Op ons dakterras staan niet alleen zonnepanelen, maar ook dertig soorten inheemse planten. Door het plaatsen van planten brengen we in het hele gebouw ‘buiten’ naar ‘binnen’. Uit onderzoek is gebleken dat dit een positief effect heeft op de gezondheid en het concentratievermogen van leerlingen. Bijzonder is dat de planten worden bewaterd met opgevangen regenwater en dat er zelfs automatisch plantenvoeding aan wordt toegevoegd!”
Blended learning
“Het gebouw is helemaal smart ingericht”, vervolgt Marije. “Denk aan een automatische regulering van de temperatuur, zonneschermen die naar beneden gaan als de zon schijnt, en elektronische deuren.”De inrichting van het gebouw is begeleid door Eromesmarko. Projectadviseur Robert ten Wolde vertelt welke keuzes zijn gemaakt om te komen tot de nieuwe studieomgeving. “We wilden een omgeving creëren die aansluit bij de verschillende activiteiten van de hogeschool en waarbinnen ruimte is voor blended learning: een combinatie tussen verschillende leervormen.”
Uitgangspunt bij de keuze van het meubilair was het activeren van studenten. “Om creatief en innovatief denken te ontwikkelen, is een actieve leerhouding essentieel. Naast een aantal lokalen met een klassieke opstelling, hebben we daarom ook lokalen gemaakt met verschillende soorten zitjes en opstellingen. Denk aan ‘treinzitjes’, ronde tafels en statafels. Daarbij hebben we samengewerkt met lokale meubelontwerpers uit Almere.”
Een groot deel van de inrichting en het meubilair is gemaakt van gerecyclede materialen. Zo is het dakterras gemaakt van een oud scheepsdek en zijn bestaande tafels omgebouwd tot statafels door middel van een houten frame. Dat hout is weer afkomstig van een boom van de Floriade.
Ontmoetingsplekken
De verdiepingen van het gebouw hebben ieder een ander thema: ‘lucht’, ‘water’, bodem’, ‘voedsel’ en ‘mens en leefomgeving’. Om een gezonde leefstijl aan te moedigen, loopt er een grote centrale trap door het gebouw, die onderbroken wordt door verschillende zitjes waar studenten elkaar kunnen ontmoeten. Door de bijzondere inrichting worden zij gestimuleerd om met elkaar in gesprek te gaan en samen tot mooie ideeën komen.
“Studenten en docenten komen laagdrempelig met elkaar in contact”
“Naast ontmoetingsplekken voor studenten, vinden we het ook belangrijk dat studenten en docenten laagdrempelig met elkaar in contact kunnen komen. Het gebouw is daarom heel transparant ingericht”, legt Marije uit. Zij geeft ook regelmatig rondleidingen aan bezoekers. “Ik krijg altijd enthousiaste reacties. Ik denk echt dat we met onze nieuwe campus iets moois hebben neergezet.”
Tekst: Lyanneke Krauss
‘Sticky campus’ centraal in onderwijs Albeda
De campus van Albeda-locatie Lutonbaan in Rotterdam is ontworpen en ingericht volgens de filosofie van ontmoeten, leren en inspireren. Zo worden studenten, docenten en partners uit het bedrijfsleven aangemoedigd om meer tijd op de campus door te brengen. Dit heet ook wel een ‘sticky campus’. Door ‘buiten’ naar ‘binnen’ te halen wordt de beroepspraktijk zo realistisch mogelijk nagebootst.
Samira Abid en Yvonne Heiligers
Albeda gaat uit van een toekomst waarin onderwijs persoonlijker wordt en tegelijkertijd digitaler door het gebruik van technologie. Samenwerking met het bedrijfsleven wordt daarbij steeds belangrijker, omdat je zo beter kunt inspelen op een snel veranderende wereld. In 2020 werd bij Rotterdam The Hague Airport een gloednieuw gebouw opgeleverd dat samenwerking tussen de opleidingen en de beroepspraktijk moet stimuleren. (In)formele, sociale en individuele onderwijsomgevingen bieden ruimte aan verschillende leerstijlen. Studenten leren op de onderwijslocatie zelf én op de luchthaven.
Minivliegveld
Samira Abid en Yvonne Heiligers werken beiden als onderwijsleider op deze inspirerende plek, waar studenten worden opgeleid voor de wereld van hospitality. De opleidingen Beveiliging, Facilitaire dienstverlening en Luchtvaartdienstverlening staan er centraal. “We vinden het belangrijk dat studenten weten hoe het is om straks in de ‘echte’ wereld te werken”, legt Yvonne uit. “Het gebouw is daarom ingericht als een minivliegveld; bij binnenkomst zie je meteen vier incheckbalies.”
Ook zijn enkele ruimtes ingericht in de stijl van luchtvaartmaatschappijen, waaronder KLM, Transavia en TUI. Deze bedrijven en andere (onderwijs)partners kunnen die ruimtes reserveren voor vergaderingen of trainingen, ook buiten onderwijstijd. Daarnaast is er een praktijkruimte waar studenten leren hoe ze passagiers moeten inchecken en waar zelfs een werkende bagageband staat.
Leerpleinen
De sticky campus is een veilige omgeving, waar iedereen met een passie voor onderwijs welkom is en graag blijft ‘plakken’. Albeda faciliteert daarbinnen persoonlijke leerroutes voor iedere student. “We vinden het belangrijk dat studenten zich verantwoordelijk voelen voor hun eigen ontwikkeling”, vertelt Samira.
“In ons gebouw zijn verschillende leerpleinen ingericht, waar iedereen met vragen terecht kan. Op die leerpleinen zijn docenten aanwezig om studenten te helpen. Zo is er bijvoorbeeld een leerplein Engels voor studenten die daarbij extra ondersteuning nodig hebben. Dit alles is niet vrijblijvend, de leerpleinen zijn onderdeel van een rooster. Studenten kunnen zelf kiezen welke ze bezoeken.”
Camera’s, filmstudio en robots
“Studenten worden hier klaargestoomd voor de beroepspraktijk. Denk aan functies als luchthavenbeveiliger, detentie inrichtingsbeveiliger, luchtvaartdienstverlener of facilitair leidinggevende. Om zich de bijbehorende vaardigheden eigen te maken, is het belangrijk dat studenten fysiek aanwezig zijn”, vertelt Yvonne. “Die aanwezigheid versterkt bovendien de verbinding tussen studenten onderling, en die met docenten en partners uit het bedrijfsleven.”
Hoewel online onderwijs op deze locatie dus geen prominente plek inneemt, beschikt de campus wel over allerlei andere technologieën. “Onze praktijkruimtes zijn voorzien van camera’s, zodat we studenten van goede feedback kunnen voorzien. Ook beschikken we over een ‘green screen filmstudio’ waar docenten zelf video’s kunnen opnemen, bijvoorbeeld in het kader van ‘flipping the classroom’. Daarnaast zijn er robots die ingezet worden bij evenementen en in de lessen. Tot slot hebben we een grote videowall, die veel gebruikt wordt voor onderwijs met virtual reality en het verzorgen van presentaties.”
Gezondheid en welzijn
Aandacht voor duurzaamheid is er binnen Albeda ook, met name als het gaat om de gezondheid en het welzijn van studenten. “We willen studenten in de toekomst niet alleen onderwijs geven gericht op een specifieke functie, maar hen ook helpen bij een gezonde leefstijl. Dat voorkomt uitval en bereidt studenten voor op hun toekomst. Voor iedereen in elke beroepsgroep geldt dat je fit moet zijn én blijven. We willen daarom meer aandacht geven aan zaken als gezonde voeding, meer bewegen en mindfulness”, legt Samira uit. “Het komt erop neer dat we onszelf meer beschouwen als een leercommunity, een inspirerende sticky campus, in plaats van alleen een school.”
Tekst: Lyanneke Krauss
Lees ook: Trendrapport Future Campus
Dit SURF-trendrapport beschrijft dertien belangrijke trends die van invloed zijn op de ontwikkeling van de campus in het moo, hbo en wo in 2040. Waardevol voor het ontwikkelen van toekomstscenario's ('futuring')!
De trends zijn door verschillende experts opgesteld vanuit onderwijskundig, technologisch en huisvestingsperspectief.
Tijdlijn van 25 jaar digitalisering in het onderwijs