Begrippenkader onderwijsinnovatie met ICT(Publicatie)

Het begrippenkader beschrijft een aantal kernbegrippen in onderwijsinnovatie met ICT, om helderheid te bieden in het nu soms verwarrende jargon. Het zijn beknopte definities van begrippen binnen de thema’s: digitaal toetsen, learning analytics, flexibele en persoonlijke leeromgeving, nieuwe technologieën, online onderwijs en open onderwijs.

download
16 DEC 2016

In dit begrippenkader (ook te downloaden als pdf) geven we een definitie voor de volgende begrippen:

Digitaal toetsen

Adaptieve toets

Een adaptieve toets (Computergestuurde Adaptieve Toets (CAT)) is een toets waarvan de opgaven tijdens de afname geselecteerd worden. Hierdoor krijgt elke student opgaven aangeboden die aansluiten bij zijn of haar niveau. Bij een goed antwoord krijgt de student een moeilijkere opgave, bij een fout een gemakkelijkere. Een andere mogelijkheid is aanpassing op toetsniveau: dan krijgt de student op basis van de score een moeilijkere of gemakkelijkere vervolgtoets.

Afspeelomgeving

De afspeelomgeving (player) stelt de student in staat een digitale toets te maken. De afspeelomgeving controleert de identiteit van de student, biedt de toets aan, registreert de antwoorden en stuurt deze terug naar de itembank.

Auteursomgeving

De auteursomgeving is een interface waarin docenten een digitale toets (vragen en antwoorden) kunnen ontwikkelen. De auteursomgeving biedt keuze uit verschillende vraagtypen, maakt het mogelijk multimedia toe te voegen, ondersteunt (meestal) het werkproces en legt het reviewproces vast. De vragen worden voorzien van metadata en de gewenste interactie.

Digitaal toetsen

Digitaal toetsen gaat over de inzet van ICT in het proces van toetsen of beoordelen. ICT kan niet alleen ingezet worden bij het afnemen van toetsen (via een computer, mobiel of ander device) maar in vrijwel alle fasen van de toetscyclus.

Digitale toetscyclus

De toetscyclus omvat het (cyclische) proces van ontwerpen, afnemen, nakijken, analyseren en evalueren van toetsen. In de digitale toetscyclus spelen verschillende digitale (componenten van) systemen een rol. De belangrijkste zijn de auteursomgeving, de itembank, de afspeelomgeving en de analysetool.

Digitaal toetssysteem

Een digitaal toetssysteem is de software die het digitale toetsproces ondersteunt. Dit systeem bestaat meestal uit een of meer van de volgende componenten: auteursomgeving, afspeelomgeving, (toets)analysetool en itembank.

Formatieve feedback

Formatieve feedback geeft studenten inzicht in hun sterke en zwakke punten en helpt hen het eigen leerproces te verbeteren. Digitaal toetsen biedt mogelijkheden om formatieve feedback te standaardiseren en om rijke feedback te geven (bijvoorbeeld links naar relevante achtergrondinformatie).

Itembank

Een itembank is een digitale verzameling vragen die voor een toets gebruikt kunnen worden. De toetsvragen kunnen worden voorzien van kenmerken, zoals metadata, tags, trefwoorden en labels. Ook de resultaten van de toetsen en van de (psychometrische) analyses worden bewaard in de itembank.

Lockdown browser

Een lockdown browser (secure browser) beperkt de toegang tot internet, andere applicaties of randapparatuur. Daardoor kan een student geen informatie opzoeken tijdens een toets. De docent kan de beperkingen instellen. Dat maakt het bijvoorbeeld mogelijk om naar een webpagina te verwijzen zonder verdere toegang tot internet.

Online proctoring

Online proctoring (online surveilleren) is een vorm van online beveiliging bij digitale toetsafname. Dit stelt opleidingen in staat om studenten plaatsonafhankelijk een toets te laten afnemen. Monitoring op afstand met behulp van controlesoftware, webcam- en/of smartphone-beelden en/of meekijken op het scherm moet voorkomen dat de student fraudeert.

Peer assessment

Bij peer assessment (ook wel peer review of peer feedback genoemd) beoordelen studenten (peers) elkaars producten en voorzien elkaar van feedback. In sommige digitale toetssystemen kunt u de mogelijkheid van peer assessment instellen.

Secure client

Software die de toegang tot internet, andere applicaties of randapparatuur beperkt. Deze software kan worden geïnstalleerd op de computer waarop toetsen worden afgenomen. Deze software verhindert dat een student informatie opzoekt tijdens een toets.

Toetsanalysetool

Een toetsanalysetool voert statistische (psychometrische) analyses uit op de toetsuitslagen en helpt bij de interpretatie van de uitkomsten. Met een toetsanalyse kun je toetsvragen opsporen die te makkelijk, te moeilijk of onduidelijk zijn. In veel toetssoftware is zo’n component opgenomen.

Toetsclient

Een toetsclient kan zowel betrekking hebben op een werkstation als op de software die gebruikt wordt voor toetsafname. Een dedicated toetsclient is een werkstation dat uitsluitend voor toetsafname wordt gebruikt.

Metadata

Metadata zijn data over (bijvoorbeeld) het gebruik van een item. Bij een digitale toets kan de docent metadata meegeven, bijvoorbeeld over het soort vraag of het onderwerp dat wordt getoetst. Maar het systeem kan zelf ook metadata toevoegen, bijvoorbeeld over hoe vaak een vraag is gebruikt of over de resultaten.

Flexibele en persoonlijke leeromgeving

Adaptieve leertechnologie

Datagedreven, gepersonaliseerde onderwijstoepassing waarbij de instructie en moeilijkheidsgraad van opdrachten bepaald worden op basis van de interacties, het niveau en de aanpak van de student. Bij zo’n toepassing geeft een geautomatiseerd systeem suggesties die zijn toegespitst op de individuele behoefte van de student.

Authenticatie- en autorisatie-infrastructuur

De infrastructuur die de toegang tot digitale systemen regelt, bijvoorbeeld de toegang tot de digitale leeromgeving. Deze toegang wordt georganiseerd door middel van identificatie (wie ben je), authenticatie (ben je wie je zegt dat je bent) en autorisatie (welke informatie mag je zien).

Componenten (van de digitale leeromgeving)

De digitale leeromgeving van de toekomst is modulair opgebouwd uit componenten. Componenten bevatten functies om een bepaalde taak in het onderwijs goed te kunnen uitvoeren. Voorbeelden van componenten zijn communiceren, samenwerken en toetsen. Componenten zijn vervangbaar en uitbreidbaar, zodat de leeromgeving altijd aangepast kan worden aan nieuwe ontwikkelingen.

Digitale leer- en werkomgeving (DLWO)

De digitale leer- en werkomgeving (DLWO) is het geheel van systemen dat studenten, onderzoekers en medewerkers van een onderwijsinstelling in staat stelt hun activiteiten uit te voeren. De DLWO is dus een combinatie van digitale diensten.

Digitale leeromgeving (DLO)

De DLO is de digitale leeromgeving: het geheel van systemen of applicaties dat het onderwijs en het leren ondersteunt. Studenten en docenten gebruiken de DLO voor veel verschillende onderwijsactiviteiten zoals communicatie, het organiseren van het onderwijs en het uitwisselen van content. De DLO is een deelverzameling van de DLWO.

Alternatieve benaming: Modulaire online leeromgeving

Elektronische leeromgeving (ELO)

Elektronische leeromgeving (ELO) kan zowel betrekking hebben op specifieke digitale leerapplicaties (zoals Blackboard of Moodle) als op het geheel van digitale applicaties voor het onderwijs. Als het gaat om één applicatie, wordt ook de term learning management system (LMS) gebruikt. Als het gaat om het geheel aan applicaties, geven we de voorkeur aan de term digitale leeromgeving (DLO).

Enterprise service bus

Een enterprise service bus (ESB) is een softwareprogramma dat zorgt voor het uitwisselen, transformeren en routeren van gegevens tussen applicaties. De ESB vereenvoudigt de communicatie tussen zendende en ontvangende applicaties en draagt bij tot systeemintegratie.

Flexibel onderwijs

Flexibel onderwijs is onderwijs dat studenten keuzevrijheid biedt. Hierdoor kunnen studenten bijvoorbeeld tijd- en plaatsonafhankelijk onderwijs volgen, in hun eigen tempo en volgens hun eigen planning. Ook werkvormen en leermiddelen kunnen flexibel worden aangeboden. Flexibel onderwijs kan te maken hebben met wat studenten leren (inhoudelijke keuzevrijheid, onderwijs passend bij hun achtergrond) en hoe studenten leren (op hun eigen tijd en plaats en in hun eigen tempo, op hun eigen niveau en manier).

Gepersonaliseerde leerpaden

Een combinatie van leeractiviteiten die is toegesneden op de individuele behoefte van studenten. Met een gepersonaliseerd leerpad kunnen studenten zelf bepalen aan welke cursussen ze deelnemen en welke leeractiviteiten ze doen om een competentie te verwerven. Een gepersonaliseerd leerpad kan ook onderdeel zijn van een onderwijseenheid of module.

Gepersonaliseerd leren

Gepersonaliseerd leren is onderwijs volgen dat niet uitgaat van een vast opleidingsprogramma, maar dat afgestemd kan worden op de wensen en voorkeuren van een student. Gepersonaliseerd onderwijs stelt studenten in staat hun eigen leerroute te bepalen.

Groepsmanagement

Groepsmanagement is het beheer van groepen gebruikers binnen een leeromgeving of samenwerkomgeving. Binnen een leeromgeving zorgt groepsmanagement voor overzicht van de groep(en) waartoe een gebruiker behoort en bepaalt tot welke content en applicaties de gebruiker toegang heeft.

Hoger Onderwijs Referentie Architectuur (HORA)

De Hoger Onderwijs Referentie Architectuur (HORA) is een verzameling van instrumenten voor het inrichten van de organisatie en informatiehuishouding van universiteiten en hogescholen. De HORA bestaat uit drie onderdelen: architectuurvisie, referentiemodellen en implementatiehulpmiddelen.

Identity management

Identity management (ook wel gebruikersbeheer) omvat de processen die zich richten op het administreren en beheren van gebruikers van een systeem, inclusief de toegangscontrole en toegangsrechten. Op basis van identiteit, groep of rol krijgen (groepen) personen toegang tot en rechten in bepaalde onderdelen van de leer- of samenwerkomgeving.

Integratie-infrastructuur

Een integratie-infrastructuur is de informatievoorziening (gegevens, processen, tools en diensten) die het mogelijk maakt om gegevens tussen applicaties uit te wisselen. Een integratie-infrastructuur kan een verzameling losse systemen als één systeem laten functioneren. Daarbij maken we onderscheid tussen visuele integratie, gegevensintegratie en systeemintegratie.

Interoperabiliteit

Interoperabiliteit houdt in dat verschillende applicaties en ICT-systemen op elkaar aansluiten en samenwerken. Dit is van groot belang binnen de digitale leeromgeving, waarin verschillende componenten (bijvoorbeeld toetsen, communiceren en roostering) gecombineerd worden. Voor interoperabiliteit zijn gemeenschappelijke standaarden, protocollen en procedures nodig

Learning management system (LMS)

Een learning management system (LMS) ondersteunt studenten bij het leren en bij de communicatie met medestudenten en docenten over het onderwijs. 

Onderwijscatalogus

De onderwijscatalogus is de centrale, generieke voorziening waarin het totaal aan onderwijsmodules of -producten is vastgelegd. Deze onderwijsproducten worden beschreven door middel van een verzameling metadata en verwijzen naar de plek in de kwalificatiestructuur (taxonomie) waarop ze betrekking hebben. Ook de examen-activiteiten en –producten kunnen worden vastgelegd in de onderwijscatalogus.

Open Onderwijs API

De Open Onderwijs API is set van definities die ervoor zorgt dat onderwijsdata vanuit verschillende applicaties gestandaardiseerd worden en daardoor hergebruikt kunnen worden in andere (mobiele) applicaties. De Open Onderwijs API is een initiatief van SURFnet en een aantal hogeronderwijsinstellingen.

Portal

Een systeem dat gebruikers een persoonlijke webomgeving biedt, die het startpunt is naar website en applicaties. Een portal zorgt voor personalisatie en visuele integratie van applicaties binnen de digitale leeromgeving.

Learning analytics

Learning analytics

Learning analytics is het verzamelen, analyseren en rapporteren van data uit leeromgevingen om het leerproces van studenten te verbeteren. Deze informatie kan vervolgens beschikbaar worden gesteld aan studenten, docenten of opleidingsmanagement.

Learning analytics architectuur

Architectuur die laat zien hoe de verschillende lagen binnen een systeem voor learning analytics – input, dataopslag, analyse en presentatie – met elkaar verbonden zijn.

Learning analytics processor

De learning analytics processor (LAP) is het softwareprogramma dat de learning analytics data uit het LRS ordent en analyseert..

Learning record store

Een learning record store (LRS) is een systeem waar alle data worden opgeslagen uit de verschillende online (leer)omgevingen die studenten gebruiken.

Alternatieve benaming: Learning Record Warehouse

Personal data locker

Een personal data locker (PDL) is een dienst die een cursist (of een andere gebruiker) in staat stelt om zijn persoonlijke informatie duurzaam te beheren, te onderhouden en desgewenst te delen met anderen.

Visualisatielaag

De visualisatielaag is onderdeel van de output van learning analytics, die presentaties genereert die docenten en studenten inzicht geven in het leergedrag. Deze visualisaties worden meestal getoond in een dashboard.

xAPI

xAPI, ook bekend als de Experience API, is een standaard voor onderwijstechnologie die het mogelijk maakt om data te verzamelen over uiteenlopende soorten leeractiviteiten en –ervaringen.

Alternatieve benamingen: Experience API, Tin Can

IMS Caliper

IMS Caliper biedt een ecosysteem om leeractiviteiten vast te leggen en te presenteren. Het omvat een gemeenschappelijke taal voor het labelen van leerdata en voorziet in een standaardmethode om leeractiviteiten te meten.

Alternatieve benamingen: IMS Caliper Analytics, Caliper Framework 

Nieuwe technologieën

Augmented reality

Augmented reality (AR, verrijkte werkelijkheid) is een manier om virtuele elementen (beeld en geluid) toe te voegen aan de werkelijkheid. Dat kunnen visuele of auditieve toevoegingen zijn (beelden, teksten) die via het scherm van een vaste of mobiele device als een laag over de omgeving worden gelegd. Ook de termen Mixed reality en Hybrid reality worden in deze context gebruikt.

Innovatielab

Werkplaats bij instellingen om te experimenteren met innovatieve ICT-toepassingen in de dagelijkse onderwijspraktijk. Een innovatielab heeft vaak een onderzoeks- en professionaliseringscomponent en ondersteunt docenten en studenten.

Alternatieve benamingen: Fablab, Onderwijslab, Innovatiecentrum, Creative lab, Centrum voor innovatie, Innovatiehub

Internet of Things

Het Internet of Things (IoT, internet der dingen) is het netwerk van apparaten, voertuigen, gebouwen en andere objecten die verbonden zijn met het internet en voorzien zijn van elektronica, software, sensoren en verbindingen waarmee de apparaten e.d. data kunnen verzamelen en uitwisselen. Het Internet of Things stelt bijvoorbeeld een koelkast in staat om zonder tussenkomst van de eigenaar producten die op zijn via internet te bestellen.

Virtual reality

Virtual reality (VR, virtuele of schijnwerkelijkheid) simuleert een werkelijkheid met een computer (en hulpmiddelen zoals een 3D-bril) om een gebruiker via beeld (vaak 3D) en eventueel met geluid een bepaalde situatie zo reëel mogelijk laten beleven.

Virtual lab

Een virtueel laboratorium is een interactieve omgeving waarin onderzoekers gesimuleerde experimenten kunnen ontwikkelen en uitvoeren. Een virtueel laboratorium stelt onderzoekers die op verschillende locaties werkzaam zijn, samen te werken aan gezamenlijke experimenten.

Online onderwijs

Badge

Een badge is een digitaal bewijsstuk waarmee een student aantoont dat hij of zij bepaalde vaardigheden of kennis beheerst. Ook bevat de badge informatie over de instantie die de badge heeft uitgegeven en de geldigheidstermijn. De student kan zijn of haar badge in de vorm van een icoontje tonen in een digitale omgeving, bijvoorbeeld op LinkedIn. Studenten kunnen badges van verschillende instanties verzamelen en combineren.

Blended learning

Blended learning is een mengvorm van face-to-face en ICT-gebaseerde onderwijsactiviteiten, leermaterialen en tools. Beide soorten leeractiviteiten maken een substantieel onderdeel uit van het onderwijs; idealiter versterken ze elkaar. Het doel is onderwijs te ontwikkelen dat gebruik maakt van ICT om effectief, efficiënt en flexibel leren mogelijk te maken, met een stijging van het leerrendement en de student/docenttevredenheid tot gevolg.

Meer informatie

Flipping the classroom

De flipped classroom is een onderwijsvorm waarbij het hoorcollege en het huiswerk zijn omgedraaid. Studenten bestuderen weblectures of andere (online) leermaterialen voordat zij naar college gaan. Het college wordt vervolgens gebruikt voor verdieping, verrijking, oefening, discussie of het beantwoorden van vragen.

Meer informatie

Massive open online courses (MOOC’s)

Een massive open online course (MOOC) is een online cursus, ontworpen voor een ongelimiteerd aantal deelnemers. Een MOOC is vrij toegankelijk en gratis (tenzij je een geverifieerd certificaat wilt). Een MOOC biedt studenten niet alleen toegang tot de leermaterialen, maar geeft ze een complete cursuservaring. Studenten ontvangen geen formele studiepunten (ECTS) als ze een MOOC afronden.

Meer informatie

Microcredentialing

Microcredentialing is het ‘opknippen’ van onderwijs in kleinere eenheden en het certificeren daarvan. Een microcredential is vergelijkbaar met een mini-diploma, of met een certificaat (of badge) voor het beheersen van specifieke inhoudelijke expertise.

Online onderwijs

Online onderwijs is onderwijs waarbij de leermaterialen, tools en diensten voor ten minste 80% via het internet beschikbaar zijn.

Meer informatie

Weblecture

Een weblecture is een video-opname van bijvoorbeeld presentaties, hoorcolleges of lezingen. Deze opnames kunnen worden verrijkt met aanvullende materialen zoals PowerPoint-presentaties, websites, kennisclips of publicaties.

Meer informatie

Open Onderwijs

Creative Commons

Creative Commons is een initiatief om open licenties wereldwijd beschikbaar te maken. Deze open licenties bieden auteurs, kunstenaars, wetenschappers, docenten en andere makers van auteursrechtelijk beschermde werken de vrijheid om op een flexibele manier met hun auteursrechten om te gaan. Met een keuze uit zes standaardlicenties bepaalt de maker in welke mate zijn werk verder verspreid en bewerkt mag worden, en onder welke voorwaarden.

Meer informatie

Open content/Open educational resources (OER)

Open content staat voor creatief werk (zoals teksten, afbeeldingen, geluid of video) dat is gepubliceerd met een open licentie (zoals Creative Commons). Zo’n licentie staat gebruikers toe dit werk te kopiëren, (her)gebruiken, bewerken, opnieuw arrangeren en verspreiden. Open content voor onderwijsdoeleinden wordt ook wel Open educational resource(s) (OER) genoemd (in het Nederlands: open leermaterialen).

Meer informatie

Open courseware

Open courseware verwijst naar een samengestelde set van open leermaterialen (zie Open content). Open courseware is gratis beschikbaar voor (her)gebruik. Gebruikers kunnen deze leermaterialen onder voorwaarden kopiëren, bewerken en verspreiden door het gebruik van een open licentie (zoals Creative Commons). Bij open courseware staat het leermateriaal centraal; studenten krijgen dus geen begeleiding en kunnen er geen studiepunten voor halen.

Meer informatie

Open onderwijs

Open onderwijs is onderwijs dat gratis beschikbaar, vrij toegankelijk en open voor bewerking is. Open onderwijs kan online, face-to-face of een combinatie ervan (blended) zijn. Open voor bewerking houdt in dat het leermateriaal gepubliceerd wordt met een open licentie.

Meer informatie

Repository

Een repository is een digitale bewaarplaats voor materialen die toegankelijk zijn via internet. Hogeronderwijsinstellingen kunnen hun (open) leermaterialen en onderzoeksresultaten op die manier intern en/of extern ontsluiten. Een repository bevat daarnaast metadata over de materialen; hierdoor zijn de materialen vindbaar voor gebruikers en voldoet de repository aan internationale standaarden voor data-uitwisseling.

Meer informatie

Redactie

Het begrippenkader is opgesteld onder redactie van SURF. Heb je opmerkingen of vragen over het begrippenkader, laat dit dan weten via onderwijsopmaat@surfnet.nl. Het begrippenkader verschijnt onder de Creative Commons licentie Naamsvermelding 3.0 Nederland.

Resultaat van:Onderwijsinnovatie met ICT in de praktijk
Aantal keren bekeken:
1476
Aantal keren gedownload:
84