E-portfolio case Hogeschool Arhem en Nijmegen (HAN)

Met dit interview bij instelling Hogeschool van Arhem en Nijmegen (HAN) over de inzet van e-portfolio proberen wij meer inzicht te krijgen in het gebruik van e-portfolio's in het hoger onderwijs. Het doel is deze kennis te delen en te onderzoeken hoe wij knelpunten bij de inzet van e-portfolio’s kunnen oplossen. 

Dit interview heeft begin juni 2023 plaatsgevonden

Digitaal leerplatform

Binnen de HAN loopt het project Digitaal Leerplatform (DLP). Het huidige landschap moest geëvalueerd en opnieuw ingericht worden. Aan de ene kant zijn daarvoor praktische aanleidingen aan te wijzen, zoals het aflopen van het contract met het huidige LMS en het ontbreken van een HAN-brede portfolio-applicatie. Daarnaast zorgen veranderende ideeën over leren en onderwijs met betrekking tot flexibilisering, zelfregie voor de student en personalisatie van het onderwijs voor veranderende eisen aan het landschap. Er wordt in het onderwijs ook steeds meer ingezet op al werkende studenten en ontwikkelingsgericht leren. Deze nieuwe ontwikkelingen vragen om een passende ict-infrastructuur die in staat is om mee te bewegen met alle trends en ontwikkelingen in het hoger onderwijs en de strategische doelen van de HAN die zich richten op Wereldburgerschap en digi- en datavaardigheid, Flexibilisering en Duurzaam verbinden, Leven Lang Ontwikkelen.

Voor het HAN Digitaal Leerplatform wordt een LMS aanbesteed (Brightspace) en doet de HAN mee aan de SURF aanbesteding voor e-portfolio. Saskia de Leeuw, adviseur leren met ict, is actief betrokken bij het project HAN Digitaal Leerplatform voor de component Formatief Handelen en Evalueren, inclusief programmatisch toetsen. Zij zit ook in het kernteam van de SURF aanbesteding. 

Saskia de Leeuw

Saskia de Leeuw,

Deelname aan SURF aanbesteding e-portfolio  

Binnen de HAN is lang gebruik gemaakt van het HAN-DPF. Dit e-portfolio was gebaseerd op Sharepoint 2013 en dus end-of-life. In augustus 2021 is deze uitgefaseerd. Sinds die tijd is er geen HAN-breed e-portfolio meer beschikbaar. Opleidingen maken nu soms gebruik van de beperkte portfoliomogelijkheden van het LMS (OnderwijsOnline) of zetten MS Teams/OneDrive in.  

Sinds mei 2022 is er met een aantal opleidingen een onderzoekstraject gestart met eJournal om alvast ervaring op te doen met een e-portfolio en de behoefte van onderwijs beter in kaart te brengen. 

Daarnaast maakt een tiental opleidingen die programmatisch toetsen hebben geïmplementeerd gebruik van Scorion. Deze applicatie heeft geen formele status binnen het digitale landschap van de HAN en wordt niet centraal ondersteund. Zolang er geen HAN-breed portfolio is wordt Scorion gedoogd. Het beoogde resultaat van deelname aan de SURF-aanbesteding is om via minicompetities te komen tot één portfoliosysteem voor de hele HAN dat samen met het nieuwe LMS geïmplementeerd gaat worden.

Ontwikkelingsportfolio en beoordelingsportfolio 

“De definitie van e-portfolio’s verschilt binnen de HAN per academie of zelfs per opleiding; instellingsbreed is er géén eenduidige definitie”, stelt de Leeuw. Binnen de HAN wordt het e-portfolio ingezet als een ontwikkelingsportfolio en een beoordelingsportfolio.  Het ontwikkelingsportfolio is een instrument voor studenten om hun eigen leerproces te kunnen volgen, te documenteren en te reflecteren. Studenten kunnen verschillende soorten bewijsmateriaal verzamelen, zoals opdrachten, projecten, reflecties en feedback, om hun ontwikkeling en groei over een bepaalde periode te laten zien. Zij kunnen hiermee doelen stellen en gericht werken aan hun(verdere) ontwikkeling op leeruitkomsten en competenties.  

Het gebruik van e-portfolio als beoordelingsportfolio varieert per opleiding en vakgebied binnen de HAN. Sommige opleidingen kiezen ervoor om het e-portfolio te gebruiken als een instrument om de voortgang en prestaties van studenten te beoordelen. In dit geval dient het e-portfolio als een bron van bewijsmateriaal voor de beoordeling van specifieke competenties, opdrachten of leerdoelen. Bij opleidingen die programmatisch toetsen, wordt de e-portfolio ingezet als zowel een ontwikkelingsportfolio als een beoordelingsportfolio, omdat er aan het einde ook een high-stake beslismoment plaatsvindt. 

Inzet e-portfolio

De HAN werkt op verschillende niveaus met e-portfolio's. “Uit een inventarisatie blijkt dat heel veel opleidingen hebben aangegeven een portfoliobehoefte te hebben”, vertelt Saskia. Steeds meer opleidingen en disciplines zijn geïnteresseerd om met een e-portfolio de persoonlijke ontwikkellijn van studenten vast te leggen, zodat zij studenten kunnen volgen. 

Het gebruik van e-portfolio's kan variëren tussen opleidingen, academies en studiejaren. Over het algemeen worden e-portfolio's op de volgende niveaus ingezet: 

  • Opleidingsniveau: Veel opleidingen binnen de HAN hebben hun eigen specifieke e-portfoliorichtlijnen. Het gebruik van e-portfolio's op opleidingsniveau kan gericht zijn op het documenteren en beoordelen van de ontwikkeling op leeruitkomsten of competenties, het volgen van studievoortgang, het reflecteren op het leerproces en het presenteren van verworven kennis en vaardigheden. Het verzamelen van feedback op de ontwikkeling van leeruitkomsten speelt hierbij een grote rol. Het e-portfolio kan worden gebruikt als een instrument voor persoonlijke en professionele ontwikkeling gedurende de hele opleiding. 
  • Leerjaarniveau: Binnen een opleiding worden e-portfolio's op verschillende leerjaren of semesters ingezet. Studenten bouwen hun e-portfolio gedurende hun studieperiode op en breiden het uit, waarbij ze bewijsmateriaal en reflecties toevoegen die relevant zijn voor specifieke studiefasen. Dit stelt studenten in staat om hun ontwikkeling en groei in de loop van de tijd te volgen en te laten zien. 
  • Module- of cursusniveau: E-portfolio's worden ook gebruikt op module- of cursusniveau, waarbij studenten hun werk en prestaties binnen een specifieke module of cursus documenteren en reflecteren. Het e-portfolio dient dan als een middel om competenties te beoordelen, feedback te geven en de voortgang van studenten te volgen op module- of cursusniveau. 

Visie op leren en toetsen  

“Binnen de HAN zijn opleidingen vrij om een eigen visie op leren en toetsen te formuleren, die passend is voor de specifieke context van de eigen opleiding”, vertelt de Leeuw. We zijn vanuit de opleidingen steeds meer op zoek naar vormen waarin we de studenten meer eigen regie willen geven; programmatisch toetsen wint hierbij aan populariteit. De opleidingen hebben veel vrijheid om deze visie te concretiseren, aansluitend op hun eigen onderwijscontext. Zij maken op basis van de doelen uit het koersplan van de HAN hun eigen jaarplannen. 

De HAN  streeft naar een ‘naadloze’ integratie van verschillende technologieën, waaronder een integratie van het LMS en het e-portfolio. Er zijn verschillende manieren om dit te realiseren.  

Naadloze integratie van LMS en e-portfolio 

Het LMS wordt het hart van het digitaal leerplatform. De HAN wil graag dat de student altijd op dezelfde plek binnenkomt in zijn digitaal leerplatform en vanuit daar naar de verschillende andere applicaties gaat. Hiervoor zijn technische koppelingen nodig. Bij de HAN gaan dit soort koppelingen tot nu toe via de HAN- integratielaag (HIL). In het nieuwe digitaal leerplatform wil de HAN met API (Application Programming Interface) en LTI (Learning Tools Interoperability) -koppelingen werken. “Het is nog de vraag hoe dit voor het digitaal leerplatform gaat zijn. Deze gesprekken worden nu gevoerd”, benoemt de Leeuw.  

Daarnaast worden extra applicaties gekoppeld voor andere functionaliteiten zoals voor het formatief handelen en evalueren. “Dit betekent een grote stap vooruit voor gebruikers wat betreft gebruikservaring. Ten eerste heeft ons nieuwe LMS veel meer functionaliteiten dan ons huidige. Ten tweede krijgen we eindelijk weer een portfolio. En ten derde is een integratie ook nieuw voor onze gebruikers”, stelt de Leeuw. Voor de gebruiker gaat het hierdoor voelen als één groot platform. 

“Uiteindelijk willen we dat toetsapplicaties ook worden geïntegreerd binnen het digitaal leerplatform, want het is natuurlijk heel gek dat je zo’n stukje buiten een digitaal leerplatform zou zetten”.  

Het vraagt ook om veranderingen aan de organisatiekant. De domeinen leren en toetsen (of waarderen) worden bijvoorbeeld nu op centraal niveau door verschillende teams ondersteund. Hier moet een nieuwe structuur gevonden worden waarbij de integratie van leren en waarderen centraal staat; dus meer een team digitaal leerplatform. Het projectteam plant samen met de academies de implementatie van Brightspace en eJournal. Dit zal gefaseerd gaan plaatsvinden tuissen september 2024 en september 2025.

Betrokkenheid op centraal en decentraal niveau 

Er zijn binnen de HAN diverse mensen betrokken bij zowel het implementeren als het gebruik van de e-portfolio’s. Zo is er allereerst een multidisciplinair projectteam rondom het digitale leerplatform bestaande uit o.a. onderwijskundig adviseurs, functioneel beheerders en architecten. Beslissingen binnen de HAN worden zowel op centraal- als op decentraal niveau gemaakt. Op centraal niveau is een domeinarchitectuur in aanpassing die inzichtelijk maakt welke functionaliteiten met welke applicaties gedekt worden en welke koppelingen nodig zijn. Ook worden aanbestedingen en implementaties van HAN brede applicaties centraal aangestuurd. Hier wordt altijd zorgvuldig de input vanuit de opleidingen opgehaald. Zo is er bijvoorbeeld bij het digitale leerplatform een uitgebreid vooronderzoek gedaan en is er tijdens de hele aanbesteding een expertgroep die nauw betrokken is. “Deze expertgroep wordt steeds geraadpleegd. Binnen deze groep wordt het onderwijs vertegenwoordigd (informatiecoördinatoren vanuit de academies, maar ook docenten)”. Deze expertgroep zit niet in het projectteam zelf, maar wordt wel geraadpleegd en op de hoogte gehouden. “Dit doen we vooral om veel input te verzamelen en te raadplegen. Dit helpt uiteraard ook om het draagvlak groter te maken.”, vertelt de Leeuw.  

Op decentraal niveau worden op academieniveau decentrale implementatieteams ingericht. In zo’n implementatieteam moeten de volgende mensen aanwezig zijn: een implementatieleider (projectleider), een onderwijskundige, een decentraal functioneel beheerder én een toekomstige eindgebruiker. Zij zijn verantwoordelijk voor de inventarisatie en analyse van behoefte aan een e-portfolio binnen de academie. Opleidingen kunnen binnen de kaders van het project/de HAN, zelf keuzes maken over bijvoorbeeld de didactische processen waarbij zij het e-portfolio willen inzetten. De implementatieplannen worden door de decentrale implementatieleiders opgesteld en afgestemd met het centrale projectteam. 

Conclusie 

De HAN wil in de toekomst nog sterker inzetten op een verrijkte en gepersonaliseerde leeromgeving voor de student. Studenten kunnen hun eigen leertraject vormgeven, hun vaardigheden en prestaties beter documenteren en presenteren. Ook kunnen zij zich beter voorbereiden op de arbeidsmarkt. Een e-portfoliosysteem is daarbij onmisbaar.

Update november 2023

De minicompetitie voor het e-portfolio is inmiddels afgerond en is definitief gegund aan eJournal. eJournal wordt gefaseerd geïmplementeerd. In september 2024 gaat de groep ‘Scorion-gebruikers’ live. Deze groep wordt geprioriteerd omdat het contract met Scorion afloopt in november 2024. Ook wordt voor deze groep een apart implementatieplan opgesteld. Zij gaan immers van een maatwerkapplicatie ter ondersteuning van programmatisch toetsen naar een standaardapplicatie wat vraagt om een andere aanpak en meer ondersteuning bij de inrichting van het portfolio. Daarnaast kan een beperkt aantal opleidingen eJournal gaan inzetten als ontwikkelportfolio waarbij de inrichting wat basaler zal zijn. De rest van de opleidingen die eJournal willen gaan inzetten gaan per februari 2025 of september 2025 implementeren. De HAN neemt ook deel aan de SURF-aanbesteding voor het EPA-portfolio voor 4 medische opleidingen. Naar verwachting wordt er november/december gegund.