Blauw toetsenbord
Praktijkverhaal

Fouten maken mag bij actiegericht toetsen

Omgaan met onzekerheden is één van de belangrijkste vaardigheden voor ondernemende professionals die willen innoveren. De markt mag van universiteiten verwachten dat ze studenten opleiden die over deze vaardigheden beschikken. De grote vraag is: hoe toets je dat? Drie universiteiten ontwierpen daarvoor samen een Actiegericht Toetsmodel voor innovatief onderwijs (ACT).

Innovatie vraagt erom dat je leert van de weg ernaartoe, van de fouten die je maakt
Rianne Poot

Rianne Poot is programmadirecteur bij het Centre for Entrepreneurship van de Universiteit Utrecht en docent ondernemerschap. Samen met ondernemerschapsdocenten Yvette Baggen van de WUR en Annelies Bobelyn van TU Eindhoven vroeg ze zich af: kunnen we een nieuwe manier van toetsen ontwikkelen waarbij we niet alleen de uitkomsten van een opdracht beoordelen, maar ook het proces van hoe studenten tot een resultaat komen?  
Ze vertelt: “In het hoger onderwijs worden steeds meer innovatieve vakken ontwikkeld, bijvoorbeeld via Challenge Based Onderwijs of Community Service Learning. In deze vakken staat vaak een complex vraagstuk centraal. Studenten gaan aan de slag met een opdracht waarvan het eindresultaat niet vaststaat. De traditionele vorm van toetsing sluit daarbij onvoldoende aan. Want dan toets je alleen het eindresultaat en niet de weg ernaartoe. Terwijl innovatie er juist om vraagt dat je leert van de weg ernaartoe, van de fouten die je maakt.”

 Effectuation theory als leidraad

Gelukkig zagen de drie docenten een oproep van SURF voorbijkomen van de Stimuleringsregeling open en online onderwijs. Het voorstel werd gehonoreerd, dus ze konden aan de slag. Ze gebruikten daarvoor de Effectuation Theory vanuit het veld van ondernemerschap als leidraad. Deze kent vijf leidende principes:  

  • begin met de middelen die je hebt; 
  • bepaal wat voor jou een aanvaardbaar risico is om te nemen;  
  • zie tegenslagen als een kans in plaats van als een belemmering;  
  • zoek stakeholders met wie je kunt samenwerken; en  
  • krijg maximaal grip op datgene waar je controle op hebt en laat alles waar je geen controle over hebt los. 

Poot: “We leren onze studenten normaliter om te plannen door terug te rekenen vanaf de opleverdatum wanneer je wat gedaan moet hebben. Maar dit is bij complexe vakken, waar nog veel onzekerheid is over de richting, vrij lastig. Bij de Effectuation Theory heb je een aardig idee van de richting van het einddoel, maar vraag je je constant af: Welke middelen, qua tijd, energie en geld, heb ik nu en welke korte termijn doel zou ik nu kunnen stellen? Zodra je dit doel hebt behaald, deel je dat resultaat met mensen om je heen. Op deze manier bouw je heel veel momenten van feedback in én leer je je netwerk op een goede manier inzetten. Het mooie van snel delen van je tussenresultaten is dat je heel snel leert of mensen je willen helpen om verder te komen en of je nog op de goede weg zit. Bovendien krijg je voortdurend feedback waar je van kan leren.”

Het mooie van snel delen van je tussenresultaten is dat je heel snel leert of mensen je willen helpen om verder te komen en of je nog op de goede weg zit.
Rianne Poot

Agile projectaanpak

Zoekende naar een manier om het werkproces van studenten te toetsen, begonnen de drie docenten – geheel in lijn met de Effectuation Theory – eerst bij de vakken die deze of een erop lijkende theorie, zoals Design Thinking of Challenge Based Learning, toepassen in hun onderwijs. “We hebben heel veel gesprekken gevoerd, iedereen vond het interessant om te kijken naar een bredere vorm van toetsing, maar het bleek dat nog niemand de heilige graal voor toetsing had gevonden. Heel veel mensen gaven aan dat ze worstelden met goede nieuwe vorm van toetsing. Aan de ene kant een tegenslag: we hadden natuurlijk graag doorgebouwd op andere initiatieven. Maar het betekende ook een mooie kans, want we wisten nu wel dat er veel behoefte was aan een dergelijke toetsvorm”, zegt Poot.  
De drie universiteiten ontwikkelden daarom snel een eerste prototype van een toetsvorm waarin het proces naar het eindresultaat toe centraal stond. “Het begon met een simpel Excelletje met vier vragen”, zegt Poot. Namelijk:  

  • Welke actie ga ik doen?  
  • Welk bewijs ga ik daarvoor vinden?  
  • Wat is mijn conclusie? 
  • Welke les heb ik geleerd? 

Deze methode is uitgetest bij een aantal vakken. Daaruit bleek dat de vragen aardig werkten, al is de verwoording en uitleg aangescherpt. Maar de meeste feedback ging over de vorm: studenten vonden de Excel niet echt lekker werken omdat het te lineair bleef. “We kregen veel feedback, waaronder ook ideeën om de vorm vrijer te maken. Daarom zijn we uitgekomen bij Miro, een online whiteboard dat je oneindig kunt uitbreiden en dat je kunt gebruiken om je gedachten en je werk te ordenen. Het startpunt is een ACTion Canvas, waarin je verwoordt wat je doel is. Van daaruit voeg je voor iedere actie die je neemt een kaartje toe, waarop je de antwoorden op de vier vragen noteert en een vervolgactie plant. Die vervolgactie is een nieuw kaartje, of soms een serie kaartjes”, vertelt Poot.

Een onderdeel van de Effectuation Theory is dat een product nooit helemaal af is, dat je het altijd kunt verbeteren
Rianne Poot

Sneller bijsturen

Deze verbeterde vorm van de tool testten de drie docenten wederom in de praktijk. Het leidde tot groot enthousiasme bij zowel de docenten als de studenten. “Ik zie in één oogopslag of studenten een goed proces hebben bedacht en of ze dat volgen. Ik zie de status en kan bijsturen als ik denk dat ze met hun aanpak het doel niet gaan halen.”  
Inmiddels werken meer docenten aan de UU, WUR en TU/e met de tool, en ook in meer vakken dan alleen ondernemerschap. “Want je kunt het eigenlijk bij ieder vak gebruiken waarin studenten een project moeten doen waarvan de uitkomst niet vaststaat”, zegt Poot. De drie hebben recentelijk het ACTion-Canvas opgeleverd aan SURF. Maar dat betekent niet dat daarmee de ontwikkeling stopt. “Nee”, zegt Poot. “Want een onderdeel van de Effectuation Theory is dat een product nooit helemaal af is, dat je het altijd kunt verbeteren.” 

Ze doet dan ook graag een oproep: “Wij hebben tot nu toe relatief weinig input gehad van docenten die Challenged Based Learning toepassen, terwijl dit juist innovatieve vakken zijn waar het leerproces zo belangrijk is. Dus werk jij volgens de CBL-methode en zou je willen meedenken over verdere verbetering van ACT, meld je dan bij m.e.poot@uu.nl.” 

Zelf aan de slag?

Wil je aan de slag met de ontwikkelde materialen van dit project? Lees meer over ACT: een ACtiegericht Toetsmodel voor innovatief onderwijs.

Meer over de stimuleringsregeling open en online onderwijs

Dit project is tot stand gekomen met hulp van de stimuleringsregeling open en online onderwijs. Bekijk meer resultaten uit de projecten van de stimuleringsregeling.