Wat neem je mee van de Onderwijsdagen 2023? Vijf keer inspiratie

Niemand kan in de toekomst kijken, maar het is cruciaal om ons erin te verdiepen. Vooral in het onderwijs, waar we studenten voorbereiden op de arbeidsmarkt van straks. De SURF Onderwijsdagen 2023 stonden in het teken van 'Teken de Toekomst'. Ontdek vijf take-aways uit de vele sessies door instellingen, studenten en onderwijsprofessionals. 

1. Future foresight: beleef nu alvast de toekomst én vergroot je invloed op de toekomst

Natuurlijk kan niemand de toekomst voorspellen, maar Yentl Croese en Tanja de Bie van Universiteit Leiden nemen ons in hun sessie mee in wat je wel kunt doen: future foresight gebruiken.

Lees verder over future foresight

Aan de slag met scenario’s

Future foresight is een methode om de toekomst te verbeelden. Zodat je nu al in actie kunt komen om gewenste onderdelen van die toekomst te bereiken, en ongewenste te voorkomen. Hoe breng je dit in de praktijk?

  • Pak een scenario, bijvoorbeeld: vanaf collegejaar 2033/2034 kunnen studenten hun hele curriculum vrij samenstellen, zodat ze optimaal aansluiten bij de vraag vanuit de arbeidsmarkt. Met microcredentials bouwen ze hun diploma op.
  • En dan doe je de volgende opdrachten (liefst in groepjes):
    • Welke emoties roept het scenario op? En waarom?
    • Maak er een artefact van, met LEGO of knutselspullen, dat die toekomst uitbeeldt.

Discussie

In de sessie zorgden deze opdrachten voor veel discussie: sommigen waren tevreden over het gevoel van autonomie dat het scenario met zich meebrengt, anderen gefrustreerd omdat het de werkdruk van docenten vergroot, en een ander was bezorgd of de studenten wel toe zijn aan zoveel vrijheid. Daarbij werden er ook levensechte artefacten gemaakt van het toekomstscenario. Er ontstonden hele nieuwe werelden van LEGO bijvoorbeeld.

Deze activiteiten zorgen ervoor dat we de echte toekomst zelf gaan vormgeven met die nieuwe ideeën in het achterhoofd, bewust of onbewust.

Episodic future thinking

Belangrijk bij future foresight is episodic future thinking. Daarbij gebruik je je verbeelding om je de toekomst van een bepaald scenario zo levendig mogelijk voor te stellen. Alsof je de toekomst nu al beleeft. Doe je dat, dan gaan de oplossingen die je bedenkt, vanzelf die richting in. Denk maar aan een aantal voorbeelden uit Star Trek: daar zagen we al tablets, mobiele telefoons en medische implantaten. En deze zijn een volledig onderdeel van ons dagelijks leven geworden. Een inspirerende manier dus om naar de toekomst te kijken en het gevoel te krijgen daar zelf invloed op te hebben!

2. Samen leer je sneller hoe je een Center for Teaching and Learning ontwikkelt

Het Center for Teaching and Learning (CTL) is een hot topic in zowel wo, hbo als mbo. Alle onderwijsinstellingen zijn bezig een CTL te ontwikkelen. De HvA en Hogeschool Leiden ontwikkelen beiden hun eigen CTL, en laten in deze sessie ook zien hoe ze samenwerken met andere instellingen, zodat niet iedereen opnieuw het wiel uitvindt. 

Lees verder over het ontwikkelen van een CTL

Samenwerking uitbreiden

Uit de eerste reacties van het publiek blijkt dat er al best veel samengewerkt wordt tussen onderwijsinstellingen. Kunstacademies, mbo-scholen: allemaal werken ze samen op verschillende onderwerpen. Deze sessie inspireerde hen om ook samen te gaan werken om het CTL te ontwikkelen!

We gaan samen op vakantie, maar hoe regel je dat?

Bij zowel HvA als Hogeschool Leiden merkten ze in gesprekken met docenten al snel dat er enthousiasme is om een CTL te ontwikkelen. Docenten lopen tegen knelpunten aan, dus zijn blij dat onderwijsvernieuwing centraal gefaciliteerd gaat worden in een CTL. “Het voelt als: we gaan samen op vakantie!”, aldus Annelies van der Graaf van Hogeschool Leiden. “Maar ja, dan komen wel vragen als: waar gaan we naartoe, hoeveel mag het kosten, gaan we kamperen of in een huisje?”

Voor het CTL moet je vragen beantwoorden als:

  • Gaat het CTL beleidsgestuurd of vraaggestuurd werken? Natuurlijk wil je openstaan voor vragen van docenten, maar je wilt vermoedelijk ook kaders aanbrengen: waar houdt het CTL zich wel en niet mee bezig?
  • Waar zet je het CTL in het organogram van de instelling?
  • Aansluitend daarop: organiseer je het CTL decentraal of centraal? Onder andere de vraag hoeveel het mag kosten is hierbij van belang.

Samen nadenken, samen leren

Via informeel contact merkten ze bij HvA en Hogeschool Leiden dat het fijn is om samen na te denken over de ontwikkeling van het CTL, om zo samen te leren en dus verder te komen. Al snel ontstond toen het initiatief tot een leernetwerk. Daar kwamen enthousiaste reacties op, en inmiddels zijn er al zes hogescholen lid.

Hoe werkt het leernetwerk?

Elke twee maanden is er bij een van de leden een bijeenkomst waarin een thema centraal staat. Frowine den Oudenammer gvan Hogeschool Leiden: “Het is heel inspirerend, want tijdens deze sessies vindt veel kruisbestuiving plaats. We hebben inmiddels ook een Teams-omgeving ingericht, zodat het delen van kennis en ervaring nog gemakkelijker wordt. We besloten meteen dat we in het leernetwerk open willen leren. We willen niet alleen juichende verhalen delen, maar ook kunnen vertellen waar we tegenaan lopen, welke problemen we ondervinden. Zo kunnen we elkaar helpen.”

3. De toekomstige campus is niet in beton gegoten, dus blijf erover in gesprek

Teken de toekomst: Eromesmarko heeft het thema van de Onderwijsdagen 2023 nog iets verder doorgetrokken en heeft de toekomst alvast gebouwd. Het interieurontwerpbureau werkt samen met SURF aan het thema Future Campus. En die future campus hebben ze gebouwd op de SURF Onderwijsdagen.

Lees verder over de future campus

Trendrapport als basis

Bianca Krijgsman van Eromesmarko vertelde eerst wat de basis was van hun future campus: “We hebben drie onderwijsontwikkelingen genomen uit het SURF Trendrapport Future Campus, waarvan wij denken dat die een grote rol spelen in de fysieke campus van de toekomst:

  • De opkomst van blended, hybride en online onderwijs: we gaan van pure kennisoverdracht naar het faciliteren van interactie.
  • Groeiend belang van welzijn, socialisering en inclusiviteit.
  • Groeiend belang van en inzet op duurzaamheid en groene campusinitiatieven.”

Vijf inrichtingsconcepten

Met die trends op het vizier heeft Erosmesmarko vijf concepten voor de toekomstige campus ontworpen:

  • De Welcome Area, waar iedereen in een prettige sfeer welkom wordt geheten bij de instelling.
  • Project Rooms, waarin studenten live en/of online kunnen samenwerken
  • De Hybrid Active Classroom, waarin studenten les krijgen, of ze nu virtueel of live aanwezig zijn. Een actieve werkhouding is daarbij essentieel.
  • De Library, waarin studenten geconcentreerd kunnen werken, of in kleine groepjes kunnen samenwerken.
  • De College Hall, waar hoorcolleges kunnen plaatsvinden. Maar die ook gemakkelijk omgebouwd kan worden tot bijvoorbeeld projectruimte, om de vierkante meters zo nuttig mogelijk te besteden.

Koffiebekertjesschaamte

Mooie concepten, maar ze zijn vanzelfsprekend niet in beton gegoten. Dat blijkt wel uit de discussie die volgt over een aantal stellingen. Moet je het duurzame karakter van de campus zichtbaar maken, bijvoorbeeld? Met andere woorden, moet je er ‘reclame’ voor maken? De meeste toehoorders vinden van wel. “Als ik een keer een bekertje gebruik in plaats van mijn eigen mok, heb ik last van koffiebekertjesschaamte. Dat was 10 jaar geleden ondenkbaar”, aldus een deelnemer. “Goed dat duurzaamheid zichtbaar is dus.” Maar iemand anders vindt dat dat duurzaamheid zo vanzelfsprekend moet worden dat we er geen expliciete aandacht meer aan hoeven besteden. “Het moet geen marketingtruc zijn, je moet het overal toepassen; in je gebouwen en ruimtes, maar ook in bijvoorbeeld het onderwijs zelf”.

Hoe productief zijn studenten online?

Daarnaast was er discussie over de stelling: “Hybrid active learning zorgt voor gelijke productiviteit bij virtueel en live aanwezige studenten.” In eerste instantie zijn de meeste toehoorders het erover eens dat virtueel aanwezige studenten minder productief zijn. Maar bij nader inzien: online studenten weten meestal net zo snel als fysiek aanwezige studenten een subgroepje te vormen om aan een opdracht te werken. En verder: de ene student is de andere niet. “Wij zien bijvoorbeeld dat administratieve opleidingen heel goed online gaan, studenten vinden dat fijn. Terwijl studenten facilitaire dienstverlening vragen om een docent voor de klas”, aldus een deelnemer.

Studenten betrekken? Ja natuurlijk!

Tenslotte spraken we over de vraag of je studenten moet betrekken bij het ontwerpen van de campus. Dit gebeurt nu al veel en iedereen is het ermee eens dat dit belangrijk is. Het is dan wel van belang om aan verwachtingsmanagement te doen: als je studenten om hun mening vraagt, wat kun je dan wel en niet doorvoeren?

Niet in beton

Er zijn dus allerlei aspecten waarover je goed moet nadenken bij het vormgeven van de campus van de toekomst, nog los van de concrete inrichting. En dat is alleen maar goed, want zoals gezegd: de campus van de toekomst is niet in beton gegoten, maar die pas je aan aan de eisen en wensen van de mensen die ermee werken.

4. Generatieve AI: gebruikmaken van de paniek om blended onderwijs te verbeteren

Jochem ten Böhmer en Jorn Bunk, onderwijsadviseurs bij de HAN, zijn blij met de paniek die het afgelopen jaar heerste rond de opkomst van generatieve AI, met name ChatGPT. Jorn: "Die paniek houdt het onderwijs scherp. En dwingt ons naar de opzet en inhoud van ons (blended) onderwijs te kijken."

Lees verder over generatieve AI in blended onderwijs

Niet de zoveelste tool

In deze sessie staat de vraag centraal hoe je generatieve AI inzet in het blended onderwijs. Belangrijk is om het niet zomaar te gebruiken als de zoveelste tool, maar om te kijken hoe je het onderwijskundig verantwoord inzet. Dat doen ze bij de HAN in een aantal stappen.

1. Gesprekken om common ground te bereiken: wat is AI?

Ook bij de HAN waren de eerste reacties wisselend onder docenten: van angst, tot paniek, tot enhousiasme over de nieuwe mogelijkheden die generatieve AI gaat brengen. Daarom zijn ze begonnen met gesprekken over: wat is generatieve AI, en wat is het niet? Om zo een common ground te bepalen over het onderwerp. Jorn: "Als we spreken over AI, moet het gaan over de ontwikkelingen die we zien, niet over wat we denken dat het is, of wat we ervan vinden."

2. Gereedschappen om aan de slag te gaan met AI

Vervolgens kwamen er concrete gereedschappen voor het toepassen van generatieve AI. Denk aan workshops, blogs, documentatie en kennisclips. Daarnaast heeft de HAN sinds kort een AI-sandbox: een gecontroleerde online omgeving waarin docenten kunnen experimenteren met allerlei AI-tools.

3. Naar onderwijskundig verantwoorde toepassing: geen heilige huisjes

Jochem: "En nu zijn we op het punt: hoe brengen we het blended onderwijs nu een stap verder? Hoe kijken we er onderwijskundig naar? Waar zet je het wel in, en waar juist niet. En daarbij zijn heilige huisjes taboe: je moet bereid zijn je onderwijs te veranderen (denk bijvoorbeeld aan toetsing), en daar moeten docenten zelf achter komen. Dat heeft tijd nodig, maar daarover blijven we in gesprek."

5. Vergroot je datageletterdheid met een serious game

Hogeschool Utrecht wil dat docenten analyses van relevante studiedata gaan gebruiken bij het nemen van onderwijsgerelateerde beslissingen. Maar niet alle docenten zijn even datageletterd. Sommige vinden makkelijk hun weg in de grote hoeveelheid data die beschikbaar is, andere hebben last van cijfervrees. Om docenten te helpen hun datageletterdheid te vergroten, heeft Justian Knobbout, studiedata-expert bij de HU, een serious game ontwikkeld. Die game spelen we in deze sessie!

Lees verder over de serious game over datageletterdheid

Klachten van studenten

We spelen de datamanager van Hogeschool Midland, die een onderbouwde reactie moet geven op een klacht van studenten: ze zijn niet tevreden over de nieuwe studiemethode eXtreme Learning. Ze beweren onder andere dat de studieresultaten achteruit zijn gegaan van alle studenten, en willen een extra herkansing van een tentamen.

Stortvloed aan data

Als spelers krijgen we letterlijk een stortvloed aan informatie over ons uitgestort: datasheets met studieresultaten, tevredenheidscijfers, uitvalcijfers, maar ook wetenschappelijke artikelen over het leereffect van eXtreme Learning.

Koortsachtig aan de slag

We krijgen 20 minuten, dus koortsachtig gaan we aan de slag. Energiek en enthousiast werken we aan een advies dat we naar de studenten kunnen. We bestuderen grafieken en tabellen, strepen belangrijke onderdelen aan, bediscussiëren of de data wel goed genoeg zijn om als munitie te dienen.

Niet je gelijk halen, maar in gesprek gaan

Als de bel gegaan is, bespreken we onze ervaringen. Wat leren we hiervan?

  • Onze neiging was om in de data munitie te zoeken om de studenten van repliek te dienen. Maar gebruik data niet om studenten te straffen of om je gelijk te halen. Ga het gesprek met ze aan om erachter te komen wat er precies speelt.
  • We merken dat we heel kritisch moeten zijn op de data waarover we beschikken. Zo blijken de assen van tabellen niet allemaal hetzelfde, zijn de auteurs van een wetenschappelijk artikel over eXtreme Learning ook de ontwikkelaars van de methode, en kun je je afvragen of een resultaat wel significant is als maar 7 mensen de vragenlijst hebben ingevuld.
  • Ook met het trekken van conclusies moet je voorzichtig zijn. Uit de data bleek dat de klagende studenten relatief vaak afwezig waren. Dus dan kun je zeggen: jullie scoorden slecht omdat je er niet was. Maar waarom waren ze niet aanwezig? Met andere woorden, er is wel een correlatie maar is er ook een causaal verband tussen afwezigheid en slechte resultaten?

Door het spelen van de game hebben ze aan den lijve ondervonden hoe het is om op data gebaseerde beslissingen te nemen. En hebben we bruikbare tips gekregen voor het omgaan met data.